Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Zwart-witte kuifarend

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Zwart-witte kuifarend | Spizaetus melanoleucus

Black-and-white Hawk-Eagle | Águila blanquinegra

De zwart-witte kuifarend is een middelgrote bosarend met een witte kop en witte onderdelen, een zwarte rug en een zwart masker rond het oog. Hij is in het hele gidsgebied zeldzaam en wordt meestal gezien als hij hoog boven het bos cirkelt. Hij jaagt vooral op middelgrote en grote vogels, zoals toekans, papegaaien, hokko’s en duiven, die hij in een snelle duikvlucht uit het bladerdak grijpt. In het gidsgebied is hij een standvogel van het zuiden van Mexico tot Panama.

Zwart-witte kuifarend (Spizaetus melanoleucus)
Foto: Kai Squires — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Weinig te horen. Een hoog, fluitend kwie-wieer en een reeks korte, scherpe tonen, vooral in de vlucht en rond het nest.

Luister: ZangXC129094

Opname: Douglas Meyer — CC BY-NC-SA 3.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

51–61 cm, compact en krachtig, met brede vleugels en een middellange staart. Kop, hals en onderdelen zijn wit; rond het oog zit een zwart masker en op de kruin een kleine zwarte vlek met een korte kuif. De washuid is opvallend oranjerood, het oog geel tot oranje. Rug en vleugels zijn zwart, de staart is zwart met drie of vier grijze banden. De poten zijn tot op de tenen wit bevederd. In de vlucht zijn lichaam en ondervleugeldekveren vrijwel geheel wit en is van boven een witte voorrand van de vleugel te zien. Jonge vogels hebben bruinig getinte bovendelen met lichte veerranden. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Jonge vogels van de bonte kuifarend Spizaetus ornatus hebben een langere kuif, gebandeerde flanken en dijen en geen zwart masker. Jonge grijskopwouwen Leptodon cayanensis van de lichte vorm hebben een zwarte kruinkap, een kleinere snavel, onbevederde gele poten en een langere staart. De grote bonte buizerd Pseudastur albicollis heeft een donker oog, een korte witte staart met één zwarte band en zwarte tekening op de vleugels.

Leefgebied

Vochtig laaglandbos en heuvelbos, ook het regenwoud van Darién, galerijbos, bosranden en open plekken in het bos, vooral waar oud bos aan halfopen terrein grenst. Zit vaak hoog op een kale tak aan de bosrand of cirkelt hoog boven het bos, van waaruit hij zich op prooi in het bladerdak laat vallen. Het nest is een groot takkennest hoog in een boom.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Zeldzame en verspreide standvogel van het zuiden van Mexico tot Panama: in Mexico vooral in Chiapas, Oaxaca, Campeche, Quintana Roo en Veracruz, met verspreide waarnemingen aan de Pacifische kant in Jalisco en Nayarit; verder in Belize, Guatemala, Honduras, Nicaragua, Costa Rica en Panama, het talrijkst in Belize en Panama. Buiten het gidsgebied in tropisch Zuid-Amerika tot in het noordoosten van Argentinië.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De beste kans biedt een uitzichtpunt boven laaglandbos in de loop van de ochtend, bijvoorbeeld in Belize of langs het Panamakanaal, vanwaar de cirkelende roofvogels te overzien zijn. Van onderen valt hij op als een vrijwel geheel witte arend met donkere vleugelpunten en een gebandeerde staart.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In het gidsgebied zeldzaam en gevoelig voor het verdwijnen van groot aaneengesloten laaglandbos.

Wetenschappelijke naam

Spizaetus melanoleucus | (Vieillot, 1816)

Vieillot beschreef de soort in 1816 als Buteo melanoleucus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Spizaetus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Spizaetus is Grieks, van spizias 'havik' en aetos 'arend': 'haviksarend'. melanoleucus is Grieks, van melas 'zwart' en leukos 'wit', naar de zwarte rug en vleugels tegen kop en buik in wit. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Guyana's (niet nader bepaald).