Alle soorten › Futen › Futen › Zwanenhalsfuut
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Flamingo's en futen Mirandornithes
Zwanenhalsfuut | Aechmophorus occidentalis
Western Grebe | Achichilique pico amarillo
De zwanenhalsfuut is een grote, zwart-witte fuut met een lange, slanke hals en een dolkvormige snavel. In het gidsgebied komt hij vooral als wintergast langs de kusten van Baja California en in de Golf van Californië voor; op de meren van de Mexicaanse hoogvlakte leeft daarnaast een kleine standpopulatie van een eigen ondersoort, A. o. ephemeralis. De soort is nauw verwant aan de clarks fuut, met wie hij lang als één soort werd beschouwd.
Geluid
Een luid, raspend, tweedelig krrrik-krrriek, vooral in de broedtijd en in groepen; ook in de winter soms te horen.
Opname: Bruce Lagerquist — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
55–75 cm, slank, met een lange hals, een langwerpige kop en een lange, rechte, dolkvormige snavel. Bovendelen, kruin en achterhals zwartgrijs, keel, voorhals en onderdelen wit; de flanken zijn grijs. De zwarte kap loopt door tot onder het oog, zodat het rode oog in het zwart ligt. De snavel is dof groengeel met een donkere bovenrand. In winterkleed wordt het gezicht rond het oog wat grijzer. In de vlucht een smalle witte vleugelstreep over de armvleugel. Vogels van de hoogvlakte zijn kleiner dan de Noord-Amerikaanse wintergasten.
Verwarringssoorten
De clarks fuut Aechmophorus clarkii heeft een felgele tot oranjegele snavel, een wit gezicht rond het oog, lichtere flanken en in de vlucht meer wit in de vleugel; in winterkleed is het verschil in de gezichtstekening kleiner en is de snavelkleur het beste kenmerk. Tussenvormen komen voor. De ijsduiker Gavia immer en de Pacifische parelduiker Gavia pacifica hebben een dikkere, kortere hals en een donker oog.
Leefgebied
In de winter beschutte kustbaaien, lagunes en ondiep zeewater dicht bij de kust, en grotere meren en waterbekkens in het binnenland. Broedt op grote, ondiepe zoetwatermeren met rietkragen of andere oevervegetatie. Eet vooral vissen, die hij duikend met de snavel als speer vangt. Het nest is een drijvend hoopje plantenmateriaal, vaak in kolonies.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Wintergast langs de Pacifische kust van Baja California en in de Golf van Californië, in Baja California, Baja California Sur en Sonora, en schaarser langs de Pacifische kust van het vasteland tot Sinaloa en Nayarit; ook op meren en waterbekkens van het binnenland van Chihuahua tot Jalisco en Guanajuato. Een kleine standpopulatie (A. o. ephemeralis) broedt op meren van de centrale hoogvlakte, zoals in Jalisco, Michoacán en de staat México. Zuidelijker in het gidsgebied uitzonderlijk. Buiten het gidsgebied broedend in het westen van Canada en de Verenigde Staten.
- Jaarrond
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het meest kansrijk van november tot maart langs de kust van Baja California, bijvoorbeeld bij Ensenada en in de baaien van de Golf van Californië, vaak samen met de clarks fuut. De snavelkleur is bij beide soorten op afstand het betrouwbaarste kenmerk.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. In Noord-Amerika gaan de aantallen achteruit, onder meer door olievervuiling op zee, bijvangst en het verdwijnen van broedmeren. De kleine standpopulatie op de Mexicaanse hoogvlakte is kwetsbaar voor het droogvallen en vervuilen van de meren.
Wetenschappelijke naam
Aechmophorus occidentalis | (Lawrence, 1858)
Lawrence beschreef de soort in 1858 als Podiceps occidentalis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Aechmophorus werd in 1862 ingevoerd door Coues. Aechmophorus is Grieks, van aikhmē 'speer' en -phoros 'dragend': 'speerdrager', naar de lange, dolkvormige snavel. occidentalis is Latijn voor 'westelijk', naar het voorkomen in het westen van Noord-Amerika. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Fort Steilacoom, Washington, Verenigde Staten.



