Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen, sterns en schaarbekken › Zuidzeeopaalstern

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Zuidzeeopaalstern | Gygis candida

Blue-billed White Tern | Charrán blanco piquiazul

De zuidzeeopaalstern is een kleine, geheel witte stern met grote donkere ogen, die op eilanden met bomen in de tropische Grote en Indische Oceaan broedt. In het gidsgebied is Isla del Coco, ruim 500 km voor de Pacifische kust van Costa Rica, de enige broedplaats. De vogels fladderen vaak in paren rond de boomkruinen en vissen op zee door ondiep te stoten.

Zuidzeeopaalstern (Gygis candida)
Foto: Forest & Kim Starr — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zacht, nasaal, zoemend heech en een snel, kwetterend gè-gè-gè, vooral rond de broedbomen; op zee meestal stil.

Luister: OpnameiNaturalist

Opname: Eric Knight — CC BY 4.0 · omgezet naar mono · iNaturalist

Herkenning

25–30 cm, sierlijk, geheel wit met een licht gevorkte staart en brede, afgeronde vleugels die tegen het licht doorschijnend lijken. Rond het grote zwarte oog ligt een smalle zwarte ring, waardoor het oog nog groter lijkt. De snavel is vrij lang, puntig en licht opgewipt, zwart met een blauwe basis; de poten zijn blauwgrijs. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels hebben bruine en grijze bandering op rug en vleugels en een donkere vlek achter het oog.

Verwarrings­soorten

De Atlantische opaalstern Gygis alba uit het zuiden van de Atlantische Oceaan lijkt sterk, maar komt in het gidsgebied niet voor. De roodsnavelkeerkringvogel Phaethon aethereus is ook overwegend wit, maar veel groter, met een rode snavel, een zwarte oogstreep en lange middelste staartpennen.

Leefgebied

Open tropische zee rond oceanische eilanden. Op Isla del Coco broedt hij in het bos en in bomen langs de baaien; het enige ei ligt zonder nest in een vork of holte van een kale tak. Vist boven open zee, vaak samen met noddy's en boven scholen roofvissen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Broedt in het gidsgebied alleen op Isla del Coco (Costa Rica), waar de vogels het hele jaar aanwezig zijn. Daarbuiten zeldzaam op zee voor de Pacifische kust, onder meer bij de Revillagigedo-eilanden (Mexico) en voor Panama. Buiten het gidsgebied wijdverbreid op tropische eilanden in de Grote en de Indische Oceaan, van Hawaï en Frans-Polynesië tot de Seychellen.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Isla del Coco, alleen per boot bereikbaar, is de enige plek om de soort in het gidsgebied met zekerheid te zien; rond de baaien van Chatham en Wafer fladderen de vogels laag tussen de bomen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De wereldpopulatie is groot. Isla del Coco is een beschermd nationaal park; ingevoerde ratten, katten en varkens vormen er een risico voor de nesten.

Wetenschappelijke naam

Gygis candida | (Gmelin, 1789) (GBIF: Gygis alba)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Sterna Candida; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gygis werd in 1832 ingevoerd door Wagler. Gygis gaat waarschijnlijk terug op het Griekse gugēs, de naam van een niet nader te bepalen vogel uit de klassieke literatuur; de herkomst is niet zeker. candida is Latijn voor 'stralend wit', naar het geheel witte verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kiritimati (Christmaseiland), Kiribati.