Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Zuid-Amerikaanse roerdomp

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes

Zuid-Amerikaanse roerdomp | Botaurus pinnatus

Pinnated Bittern | Avetoro neotropical

De Zuid-Amerikaanse roerdomp is een grote, bruine roerdomp van uitgestrekte zoete moerassen in het laagland. In het gidsgebied is hij een schaarse standvogel van het zuidoosten van Mexico tot Costa Rica, met losse waarnemingen in Panama. Door zijn schutkleur en verborgen leefwijze wordt hij zelden gezien.

Zuid-Amerikaanse roerdomp (Botaurus pinnatus)
Foto: Cláudio D. Timm on Flickr — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een diep, laag, bulderend poemp of hoe-hoemp, vooral in de schemering en 's nachts in het broedseizoen. Bij opvliegen een hees kwok.

Luister: ZangXC1156571

Opname: Paul Lenrumé — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

64–76 cm. Een forse roerdomp met een dikke hals, een vrij lange, gelige snavel en groengele poten. Kruin, achterhals en hals zijn fijn zwart en okerbruin gebandeerd; de bovendelen zijn bruin met zwarte strepen en lichte randen. De voorhals en onderdelen zijn wit tot lichtbruin met brede, bruine lengtestrepen. In vlucht zijn de slagpennen donkergrijs met een roestbruine zweem, minder contrastrijk dan bij de Amerikaanse roerdomp. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk; jonge vogels zijn wat roder en vager getekend.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse roerdomp Botaurus lentiginosus is kleiner, heeft een effen roodbruine kruin en een brede zwarte streep langs de zijkant van de hals, en toont in vlucht zwartachtige slagpennen. Jonge tijgerroerdompen, zoals de Mexicaanse tijgerroerdomp Tigrisoma mexicanum, zijn over het hele lichaam regelmatiger dwars gebandeerd en hebben een vlakker gekleurde buik. Jonge kwakken Nycticorax nycticorax zijn kleiner, grijsbruin en wit gevlekt.

Leefgebied

Grote, open zoete moerassen met hoog gras, lisdodde en biezen, natte savannen en overstroomde graslanden, plaatselijk rijstvelden en de randen van moerasbos; in het laagland. Jaagt staand of langzaam sluipend op vis, kikkers, slangen en grote insecten. Het nest is een platform van stengels in dichte moerasvegetatie.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied in het zuidoosten van Mexico, van het zuiden van Veracruz over Tabasco en Campeche tot het schiereiland Yucatán en het noorden van Chiapas, verder in Belize en het noorden van Guatemala, aan de Caribische kant van Honduras en Nicaragua en in het noorden en noordwesten van Costa Rica. In Panama alleen zeer zeldzaam. Buiten het gidsgebied plaatselijk in Zuid-Amerika, van Colombia en Venezuela tot het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De beste plekken zijn de grote moerassen van Tabasco, zoals de Pantanos de Centla, Crooked Tree in Belize en Caño Negro en Palo Verde in Costa Rica. In de vroege ochtend staan vogels soms aan de rand van open water of vliegen ze laag over de vegetatie.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied schaars en plaatselijk; door de verborgen leefwijze waarschijnlijk vaak over het hoofd gezien. Afhankelijk van grote zoete moerassen, die door ontwatering en omzetting in weiland zijn afgenomen.

Wetenschappelijke naam

Botaurus pinnatus | (Wagler, 1829)

Wagler beschreef de soort in 1829 als Ardea pinnata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Botaurus werd in 1819 ingevoerd door Stephens. Botaurus is middeleeuws Latijn voor 'roerdomp'; het woord verbindt het Latijnse bos 'rund' met taurus 'stier', naar de loeiende roep (vergelijk butire 'boemen'). pinnatus is Latijn voor 'gevederd, met veren getooid'; waarnaar Wagler precies verwees, is niet vastgesteld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit deelstaat Bahia, Brazilië.