Alle soorten › Hoenderachtigen › Tandkwartels › Zangkwartel

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae

Zangkwartel | Dactylortyx thoracicus

Singing Quail | Codorniz silbadora

De zangkwartel is een kleine, gedrongen bosbodemkwartel van Mexico en noordelijk Midden-Amerika. Hij leeft verborgen in de strooisellaag en valt vooral op door zijn luide, fluitende zang in de schemering. De soort komt buiten het gidsgebied niet voor; er zijn veel ondersoorten beschreven, die in kleur van kop en onderdelen verschillen.

Zangkwartel (Dactylortyx thoracicus)
Foto: ELOYJIMENEZ13 — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luide, heldere zang die begint met enkele langzame, stijgende fluittonen en overgaat in een snelle reeks herhaalde, rollende drieklanken, zoiets als wie-wie-wie tsjie-wie-rie tsjie-wie-rie. Vaak zingen twee vogels samen, vooral bij zonsopkomst en zonsondergang. Verder zachte piepende contactroepjes.

Luister: ZangXC1163689

Opname: Zsombor Károlyi — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–23 cm; een ronde kwartel met een korte staart, een kort kuifje dat meestal plat ligt en opvallend lange klauwen aan de poten. De bovendelen zijn bruin met zwarte vlekjes, grijze vermiculatie en lichte schachtstreepjes. Het mannetje heeft een warm oranjekaneelkleurige wenkbrauwstreep, wang en keel; bij het vrouwtje zijn wenkbrauwstreep en keel grijs tot grijswit en is de borst bruiner. De onderdelen zijn grijsbruin tot okerbruin met fijne lichte streepjes. De snavel is donker, de poten zijn grijs.

Verwarrings­soorten

De gevlekte tandkwartel Odontophorus guttatus is groter, heeft een duidelijke kuif en witte, zwart omrande druppelvlekken op de onderdelen, en een zwarte keel met witte streepjes. De montezumakwartel Cyrtonyx montezumae en de gevlekte bergkwartel Cyrtonyx ocellatus hebben een zwart-wit gestreepte kop en leven in opener pijn-eikenbos en grasland. De grijskeelbospatrijs Dendrortyx barbatus en de witkeelbospatrijs Dendrortyx leucophrys zijn veel groter, met een lange staart en een rode snavel en oogring.

Leefgebied

De bodem van vochtig en halfvochtig groenblijvend bos, nevelwoud en pijn-eikenbos, en op het schiereiland Yucatán halfgroenblijvend seizoensbos; van bijna zeeniveau tot ongeveer 3000 m. Leeft in paartjes of kleine groepjes en scharrelt in het bladstrooisel naar zaden, knollen en ongewervelde dieren. Vliegt zelden op en loopt bij verstoring weg.

Verspreiding en trek

In Mexico in de Sierra Madre Oriental van Tamaulipas en San Luis Potosí via Hidalgo, Puebla en Veracruz tot Oaxaca, aan de Pacifische kant in Jalisco, Michoacán en Guerrero, verder in Chiapas, Tabasco en op het schiereiland Yucatán (Campeche, Yucatán en Quintana Roo). Zuidelijker in Belize, Guatemala, El Salvador en Honduras. De populaties liggen versnipperd en zijn sterk aan bos gebonden. De soort komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vrijwel alleen te horen, bij het eerste licht en in de avondschemering, onder meer in het nevelwoud van El Triunfo in Chiapas, in de bergen van Guatemala en in het seizoensbos van Calakmul. Een stille wachtpost bij een plek waar een paar zingt geeft soms een blik op een vogel die over de bosbodem loopt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Plaatselijk vrij algemeen in grote bosgebieden; elders gevoelig voor ontbossing, en op de Yucatán ook voor de omzetting van seizoensbos in landbouwgrond.

Wetenschappelijke naam

Dactylortyx thoracicus | (Gambel, 1848)

Gambel beschreef de soort in 1848 als Ortyx thoracicus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Dactylortyx werd in 1893 ingevoerd door Ogilvie-Grant. Dactylortyx is Grieks, van daktulos 'teen' en ortux 'kwartel', naar de lange tenen en nagels. thoracicus is middeleeuws Latijn voor 'van de borst', van Grieks thōrax 'borst', naar de gekleurde borst. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Xalapa, Veracruz, Mexico.