Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Witoorspitssnavel

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Witoorspitssnavel | Conirostrum leucogenys

White-eared Conebill | Conirrostro orejiblanco

De witoorspitssnavel is een klein, zangerachtig vogeltje met een blauwgrijze rug, een zwarte kap, een witte oorvlek en een roestbruine onderkant. Hij zoekt in paartjes of kleine groepjes naar insecten in de kruinen van bomen. In het gidsgebied komt hij alleen in het oosten van Panama voor.

Witoorspitssnavel (Conirostrum leucogenys)
Foto: Francesco Veronesi from Italy — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, dun tsit en korte, hoge trillers, vaak door een groepje herhaald tijdens het foerageren.

Luister: ZangXC533993

Opname: Jerome Fischer — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

9–10 cm. Zeer kleine, gedrongen vogel met een korte staart en een fijne, spitse, kegelvormige snavel. Zwarte kruin en zwart gezicht met een duidelijke witte vlek op de oorstreek. Bovenkant blauwgrijs, onderkant en onderstaartdekveren warm roestbruin. Mannetje en vrouwtje lijken op elkaar; jonge vogels zijn grijzer, met een minder duidelijke oorvlek en een lichtere onderkant.

Verwarrings­soorten

Het suikerdiefje Coereba flaveola heeft een witte wenkbrauwstreep, een gele borst en een gebogen snavel. De maskerparulazanger Setophaga pitiayumi heeft een gele keel en borst en witte vleugelstrepen. De combinatie van witte oorvlek en roestbruine onderkant is in het gidsgebied uniek.

Leefgebied

Kruinen en randen van vochtig en halfvochtig bos, hoog secundair bos, bosranden en open terrein met verspreide hoge bomen, in het laagland en de lage voetheuvels. Zoekt insecten tussen bladeren en bloemen, vaak in gemengde groepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen in het oosten van Panama, in het oosten van de provincie Panamá en in Darién. Buiten het gidsgebied in het noorden van Colombia en het noordwesten van Venezuela.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Weinig waargenomen in Panama; de beste kans is in de kruinen van bomen langs bosranden en open plekken in Darién of in het Bayano-gebied, met een telescoop of verrekijker vanaf een open plek.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). In het grootste deel van het verspreidingsgebied plaatselijk vrij algemeen; in Panama schaars en weinig bekend.

Wetenschappelijke naam

Conirostrum leucogenys | (de Lafresnaye, 1852)

De Lafresnaye beschreef de soort in 1852 als Dacnis leucogenys; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Conirostrum werd in 1838 ingevoerd door D'Orbigny, ACVMD & de Lafresnaye. Conirostrum is Latijn, van conus 'kegel' en rostrum 'snavel', naar de fijne, spits-kegelvormige snavel. leucogenys is Grieks, van leukos 'wit' en genus 'wang', naar de witte wangvlek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bogotá, Colombia.