Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Witkopmargrietje
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Witkopmargrietje | Pionus senilis
White-crowned Parrot | Loro corona blanca
Het witkopmargrietje is een kleine, gedrongen papegaai met een wit voorhoofd, een donkerblauwe kop en borst en een korte staart. De soort komt alleen in het gidsgebied voor, van het oosten van Mexico tot het westen van Panama, en is in vochtig laagland en heuvelland een van de algemeenste papegaaien. Het vliegt met de diepe vleugelslag die kenmerkend is voor de margrietjes.
Geluid
Een hoog, schel en schurend krie-krie of kreek-kreek, vooral in de vlucht; zittende groepen maken een zacht, piepend gekwetter.
Opname: Albert Lastukhin — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
23–25 cm. Voorhoofd, voorkruin en keel zijn wit, de rest van de kop, de hals en de borst donkerblauw met een geschubd patroon. Rug en buik zijn groen, de vleugeldekveren olijfbruin, de onderstaartdekveren rood. Rond het oog zit een kale, lichte ring; de snavel is geelachtig hoornkleurig. In de vlucht zijn de blauwe slagpennen en de diepe vleugelslag, ver onder het lichaam door, goede kenmerken. Jonge vogels hebben een groenere kop met minder wit. Mannetje en vrouwtje zijn vrijwel gelijk.
Verwarringssoorten
De witvoorhoofdamazone Amazona albifrons heeft ook een wit voorhoofd, maar is groter, heeft een groene kop met rood rond het oog, een langere staart en een stijve, ondiepe vleugelslag. Het zwartoormargrietje Pionus menstruus, in Costa Rica en Panama, heeft een blauwe kop zonder wit. De roodoorpapegaai Pyrilia haematotis is kleiner, heeft een bruine kop en rode ondervleugeldekveren.
Leefgebied
Vochtig en halfbladverliezend laaglandbos en heuvelbos, bosranden, secundair bos, nevelwoud aan de onderkant, schaduwkoffie en halfopen land met verspreide grote bomen; van zeeniveau tot ongeveer 1600 m. Eet vruchten, zaden en bloemen en komt ook af op rijpende maïs en sorghum. Broedt in een holte in een boom.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Alleen in het gidsgebied. Aan de Caribische kant van het zuiden van Tamaulipas en San Luis Potosí door Veracruz, het noorden van Oaxaca, Tabasco, Chiapas en het zuiden van het schiereiland Yucatán naar Belize, Guatemala, Honduras en Nicaragua, en verder door Costa Rica tot het westen van Panama (Bocas del Toro, Chiriquí en Veraguas). Aan de Pacifische kant schaarser en plaatselijk, vooral in Costa Rica. In het droge noordwesten van het schiereiland Yucatán grotendeels afwezig.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Groepjes vliegen vroeg in de ochtend luid roepend over bos en open land, bijvoorbeeld rond Palenque in Chiapas, in het binnenland van Belize en in de Caribische laaglanden van Costa Rica. Zittend in een kale boom is het witte voorhoofd van ver te zien.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Plaatselijk achteruit door ontbossing en vangst voor de handel in kooivogels, maar nog wijdverbreid en vrij algemeen, ook in halfopen cultuurland.
Wetenschappelijke naam
Pionus senilis | (Spix, 1824)
Spix beschreef de soort in 1824 als Psittacus senilis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pionus werd in 1832 ingevoerd door Wagler. Pionus is Grieks, van piōn, pionos 'vet', naar de gedrongen bouw. senilis is Latijn voor 'van een grijsaard', naar het witte voorhoofd en de witte kruin. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Veracruz, Mexico.






