Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Witkaakweidespreeuw

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Witkaakweidespreeuw | Sturnella magna

Eastern Meadowlark | Pradero tortilla con chile

De witkaakweidespreeuw is een stevige troepiaal van open graslanden met een groot verspreidingsgebied, van het oosten van Noord-Amerika tot in het noorden van Zuid-Amerika. In het gidsgebied is hij een standvogel van savannes, weiden en hooglandgraslanden, van het oosten van Mexico tot Panama. De vroeger hiertoe gerekende populaties van het noordwesten van Mexico worden nu als aparte soort beschouwd: Lilians weidespreeuw.

Witkaakweidespreeuw (Sturnella magna)
Foto: lwolfartist — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang bestaat uit enkele heldere, gerekte, glijdende fluittonen, zoals sie-joe sie-jier, gezongen vanaf een paal, struik of draad. De roep is een zoemend dzzrt; daarnaast een droge, snelle ratel.

Luister: ZangXC1084543

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

19–26 cm. Gedrongen, met een lange, spitse snavel, een platte kop en een korte staart waarvan de buitenste drie pennen grotendeels wit zijn. Bovendelen donkerbruin met zwarte en lichte streping en bandering, kop met een zwart-witte kruinstreep en een witte wenkbrauwstreep die voor het oog geel is. Keel en borst diepgeel met een brede zwarte V op de borst; de baardstreek onder de wang is wit. Flanken lichtbruin met donkere streepjes. De seksen zijn gelijk; het vrouwtje is kleiner. Populaties in Midden-Amerika zijn gemiddeld kleiner en donkerder dan die in het noorden.

Verwarrings­soorten

De geelkaakweidespreeuw Sturnella neglecta, die in de winter in het noorden en midden van Mexico voorkomt, heeft geel in de baardstreek, blekere en grijzere bovendelen en minder wit in de staart; hij zingt borrelend en roept laag tsjuk. Lilians weidespreeuw Sturnella lilianae in het noordwesten en westen van Mexico is bleker van boven, heeft nog meer wit in de staart en een witter gezicht. Waar de soorten samen voorkomen, is het geluid het betrouwbaarste kenmerk.

Leefgebied

Open grasland, savanne, pijnsavanne, weilanden, hooiland en grazige akkerranden, in het laagland en in hooglandgraslanden. Foerageert lopend op de grond, vooral op insecten, en eet daarnaast zaden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Komt voor van het zuidoosten van Canada en het oosten van de Verenigde Staten via het oosten van Mexico en Midden-Amerika tot in het noorden van Zuid-Amerika. In het gidsgebied plaatselijk van Tamaulipas en Nuevo León langs de hellingen naar de Golf van Mexico tot het schiereiland Yucatán en Chiapas, en verder door de graslanden en savannes van Midden-Amerika tot in Panama; ook in hooglandgraslanden in Guatemala, Honduras en Costa Rica.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te vinden door in open weidegebied te zoeken naar vogels die op palen of hekken zingen; op de grond worden ze vaak pas gezien als ze opvliegen en de witte staartzijden laten zien.

Staat van instandhouding

Gevoelig (NT). De wereldwijde beoordeling geldt voor de soort in brede zin, inclusief Lilians weidespreeuw. Is in Noord-Amerika over een lange periode sterk afgenomen door het verdwijnen van grasland en hooiland en intensiever gebruik van weilanden. In Midden-Amerika profiteert de soort plaatselijk van ontbossing voor veeteelt.

Wetenschappelijke naam

Sturnella magna | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als A[lauda] magna; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sturnella werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Sturnella is een Latijns verkleinwoord van sturnus 'spreeuw': 'spreeuwtje'. magna is Latijn voor 'groot'; Linnaeus beschreef de soort als een grote leeuwerik (Alauda magna). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit South Carolina.