Alle soorten › Zangvogels › Ovenvogels en muisspechten › Wigsnavelmuisspecht

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Wigsnavelmuisspecht | Glyphorynchus spirurus

Wedge-billed Woodcreeper | Trepatroncos picocuña

De wigsnavelmuisspecht is de kleinste muisspecht van het gidsgebied, met een korte, wigvormige snavel. Hij klimt met korte sprongetjes tegen boomstammen omhoog, vaak in een spiraal, en begint meestal laag bij de voet van de stam. In vochtig laaglandbos is hij een van de algemeenste muisspechten.

Wigsnavelmuisspecht (Glyphorynchus spirurus)
Foto: Hector Bottai — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een snelle, stijgende reeks korte, hoge tonen, als een opgewonden triller. De roep is een kort, scherp, wat niezend tsjif.

Luister: ZangXC1184802

Opname: Jacob Wijpkema — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm. Bovendelen warm bruin, stuit en staart roodbruin; de staartveren hebben stijve, uitstekende punten waarmee hij zich tegen de stam steunt. Een lichte okerkleurige wenkbrauwstreep en keel; borst bruin met fijne, lichte druppelvormige streepjes. Snavel kort en recht, met een licht omhooggebogen ondersnavel, waardoor hij wigvormig lijkt. In vlucht een lichte, okerkleurige band over de vleugel. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De grijze muisspecht Sittasomus griseicapillus is even klein maar heeft een grijsolijfkleurige kop en onderzijde zonder streepjes en een dunne, rechte snavel. De kleine langstaartmuisspecht Deconychura typica is groter, slanker en langstaartiger, met een langere snavel. Andere muisspechten zijn groter en hebben duidelijk langere snavels.

Leefgebied

Binnenkant van vochtig altijdgroen laagland- en voetheuvelbos, ook oud secundair bos en schaduwrijke bosranden. Zoekt kleine insecten en spinnen op stammen en dikke takken, vooral in de lagere en middelste etages. Sluit zich vaak aan bij gemengde troepen. Nestelt in een spleet of holte in een stam of stronk.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Van het zuidoosten van Mexico (vanaf het zuiden van Veracruz en Oaxaca) door Belize, Guatemala, Honduras, Nicaragua en Costa Rica tot Panama. Buiten het gidsgebied wijdverspreid in vochtig bos van het noorden van Zuid-Amerika, het Amazonegebied en delen van Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Geregeld te zien bij La Selva in Costa Rica en langs de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) in Panama. Let op een kleine bruine vogel die laag aan een stam begint en snel in een spiraal naar boven klimt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen in vochtig bos; verdwijnt waar het bos volledig wordt gekapt.

Wetenschappelijke naam

Glyphorynchus spirurus | (Vieillot, 1819)

Vieillot beschreef de soort in 1819 als Neops spirurus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Glyphorynchus werd in 1831 ingevoerd door Wied-Neuwied. Glyphorynchus is Grieks, van gluphō 'beitelen, snijden' en rhunkhos 'snavel', naar de korte, beitelvormige snavel. spirurus is Grieks, van speira 'spiraal, krul' en -ouros '-staartig', naar de stijve staartpennen met naar binnen gekromde schachtpunten. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana (afgeleid).