Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Streepwangspecht

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves › Neushoornvogels, ijsvogels en spechten Picocoraciae › IJsvogels, bijeneters en spechten Picodynastornithes

Streepwangspecht | Piculus callopterus

Stripe-cheeked Woodpecker | Carpintero panameño

De streepwangspecht is een kleine, olijfgroene specht met fijne witte streepjes op de wangen en roestbruine slagpennen. De soort komt vrijwel alleen in Panama voor en is daarmee een van de eigen soorten van het gidsgebied. Hij leeft vooral in vochtig voetheuvelbos.

Streepwangspecht (Piculus callopterus)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een nasaal, klagend sjie-ah en een zachte, ratelende reeks; weinig bekend en niet vaak gehoord.

Luister: ZangXC455512

Opname: Jerome Fischer — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

17–18 cm. De bovendelen zijn olijfgroen met vage lichtgele bandering op de rug; de slagpennen zijn roestbruin. De wangen zijn olijfkleurig met fijne witte streepjes, de keel olijf met witte streepjes. De onderdelen zijn olijf met dichte lichtgele tot witachtige bandering en vlekken. Het oog is donker. Het mannetje heeft een rode kruin en nek en een rode baardstreep; het vrouwtje heeft alleen een rode nek.

Verwarrings­soorten

De roestvleugelspecht Piculus simplex (westelijk Panama en verder naar het noorden) lijkt sterk, maar heeft een effen olijfkleurig gezicht zonder witte streepjes en een licht oog. De bronsspecht Piculus chrysochloros (oosten van Panama) is groter, met een gele streep langs de halszijde en een gele keel. De olijfrugspecht Colaptes rubiginosus heeft een grijze kruin en lichte, ongestreepte wangen.

Leefgebied

Vochtig voetheuvelbos en lager bergbos, vooral tussen ongeveer 300 en 1200 m, plaatselijk ook in het laagland aan de Caribische kant; ook hoog secundair bos en bosranden. Foerageert in de middelste laag en de kroonlaag op mieren en andere insecten, vaak met gemengde troepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Bijna geheel beperkt tot Panama: van Veraguas oostwaarts door Coclé, Colón, de provincie Panamá en Guna Yala tot Darién, vooral aan de Caribische kant en in de bergen van het oosten. Daarbuiten alleen enkele meldingen uit het uiterste noordwesten van Colombia.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Bekende plekken zijn Cerro Azul en Cerro Jefe ten oosten van Panama-Stad, El Valle de Antón en Santa Fe in Veraguas. Bij gemengde troepen in voetheuvelbos loont het om op een kleine groene specht met gestreepte wangen te letten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Het verspreidingsgebied is klein, maar de soort komt nog in veel beboste voetheuvels voor.

Wetenschappelijke naam

Piculus callopterus | (Lawrence, 1862)

Lawrence beschreef de soort in 1862 als Chloronerpes callopterus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Piculus werd in 1824 ingevoerd door Spix. Piculus is een verkleinwoord van het Latijnse picus 'specht': 'spechtje'. callopterus is Grieks, van kallos 'schoonheid' en -pteros '-vleugelig': 'met mooie vleugels', naar de roodbruine slagpennen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Lion Hill aan de Panamaspoorlijn, Panama.