Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Smukkolibrie

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Smukkolibrie | Lamprolaima rhami

Garnet-throated Hummingbird | Colibrí ala castaña

De smukkolibrie is een middelgrote, donkere kolibrie van de nevelwouden van het zuiden van Mexico en het noorden van Midden-Amerika. Beide geslachten hebben roestbruine vleugels, die in vlucht goed te zien zijn. Het mannetje heeft een granaatrode keel en een violetblauwe borst.

Smukkolibrie (Lamprolaima rhami)
Foto: Adrianh Martínez Orozco — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, droog tsjik en bij achtervolgingen een hoog, ratelend gekwetter.

Luister: RoepXC445417

Opname: Edgardo Orozco Díaz — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm, met een rechte zwarte snavel. De bovendelen zijn donkergroen, met een witte vlek achter het oog; de slagpennen zijn roestbruin. Het mannetje heeft een glanzend granaatrode keel, een violetblauwe borstvlek, een donkere, bijna zwarte buik en een donkerpurperen staart. Het vrouwtje heeft grijze onderdelen, vaak met enkele rode veren op de keel, en een donkere staart met grijze toppen.

Verwarrings­soorten

De groene juweelkolibrie Lampornis amethystinus heeft een witte streep achter het oog, een donker gezichtsmasker en geen roestbruine vleugels. De rode sabelvleugel Pampa rufa heeft een kaneelkleurige onderkant en een gebogen snavel. Rivoli's kolibrie Eugenes fulgens is groter, met een langere snavel, een paarse kruin en een groene keel bij het mannetje.

Leefgebied

Nevelwoud, vochtig pijn-eikenbos en bosranden in de bergen, ongeveer tussen 1200 en 3000 m, het meest tussen 1800 en 2800 m. Foerageert vooral in de middelste lagen en de kronen bij bloeiende epifyten en struiken, en vangt kleine insecten. Buiten het broedseizoen trekken vogels deels naar lagere hoogten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gidsgebied. In Mexico in de bergen van Guerrero, Oaxaca, het midden van Veracruz en Chiapas; verder in de hooglanden van Guatemala, El Salvador en Honduras.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het biosfeerreservaat El Triunfo in Chiapas en in de nevelwouden van de Sierra de las Minas in Guatemala; in Honduras in het nationaal park La Tigra. Vooral bij bloeiende epifyten aan bosranden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Plaatselijk vrij algemeen, maar door de binding aan nevelwoud versnipperd verspreid. Ontbossing in de bergen treft de soort plaatselijk.

Wetenschappelijke naam

Lamprolaima rhami | (Lesson, 1839)

Lesson beschreef de soort in 1839 als Ornismya Rhami; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Lamprolaima werd in 1854 ingevoerd door Reichenbach. Lamprolaima is Grieks, van lampros 'schitterend' en laimos 'keel', naar de fonkelende keel. rhami eert Henri-Casimir de Rham (1785–1873), Zwitsers diplomaat, zakenman en natuurliefhebber in de Verenigde Staten. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mexico.