Alle soorten › Zangvogels › Scherpsnavels › Scherpsnavel

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Scherpsnavel | Oxyruncus cristatus

Sharpbill | Picoagudo

De scherpsnavel is de enige soort van zijn familie: een gedrongen, olijfgroene boomkruinvogel met een zwart gestippelde onderzijde en een korte, spits toelopende snavel. Hij is vooral te vinden met zijn lange, dalende zoemtriller, die uit de kronen klinkt. In het gidsgebied leeft hij zeer plaatselijk in Costa Rica en Panama.

Scherpsnavel (Oxyruncus cristatus)
Foto: David A. Rodríguez Arias — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lange, zoemende triller van twee tot drie seconden die langzaam in toonhoogte daalt, vaak met lange tussenpozen herhaald uit de kronen.

Luister: ZangXC1165853

Opname: Aran Rodrigues Cardoso — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

17 cm. Bovendelen olijfgroen. Kop en keel lichtgeel tot witachtig met fijne zwarte schubben en strepen; op de kruin een meestal verborgen rood tot oranje kuifje met zwarte rand. Onderdelen lichtgeel tot geelwit met dichte, ronde zwarte stippen. Snavel recht, kort en scherp gepunt, iris oranje tot rood. Mannetje en vrouwtje lijken op elkaar.

Verwarrings­soorten

De gevlekte tangare Ixothraupis guttata (voetheuvels van Costa Rica en Panama) is ook groen met zwarte stippen, maar heeft een geel gezicht met zwarte teugel, een dikkere snavel en een groene rug met zwarte vlekken. Gestippelde jonge vogels van andere soorten missen de combinatie van geschubde kop en spitse snavel.

Leefgebied

Kronen en middenlaag van vochtig, altijdgroen heuvel- en voetheuvelbos, in het gidsgebied vooral ruwweg tussen 400 en 1200 m. Sluit zich vaak aan bij gemengde groepen tangaren in de kronen. Eet vruchten en kleine ongewervelden; hangt geregeld ondersteboven aan een tak of opgerold blad om met de spitse snavel insecten en eieren uit opgerolde bladeren te pikken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied zeer plaatselijk aan de Caribische kant van Costa Rica en in de voetheuvels van Panama, oostwaarts tot Darién. Buiten het gidsgebied verspreid en versnipperd in Zuid-Amerika: onder meer de tepuis van Venezuela en de Guyana's, de oostelijke Andesvoet van Peru en Bolivia, Paraguay, het zuidoosten van Brazilië en het noordoosten van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste te vinden door te letten op de dalende zoemtriller in vochtig voetheuvelbos en dan gemengde groepen tangaren in de kronen af te zoeken. Laat zich vaak alleen kort zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wereldwijd wijdverspreid, maar in het gidsgebied schaars en plaatselijk, en gevoelig voor het verdwijnen van voetheuvelbos.

Wetenschappelijke naam

Oxyruncus cristatus | Swainson, 1821

Swainson beschreef de soort in 1821 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Oxyruncus werd in 1820 ingevoerd door Temminck. Oxyruncus is Grieks, van oxus 'scherp' en rhunkhos 'snavel', naar de spitse, kegelvormige snavel. cristatus is Latijn voor 'gekuifd', naar de deels verborgen oranjerode kruinstreep. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Brazilië.