Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Rosse tijgerroerdomp

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes

Rosse tijgerroerdomp | Tigrisoma lineatum

Rufescent Tiger Heron | Garza tigre colorada

De rosse tijgerroerdomp is een middelgrote tijgerroerdomp met als volwassen vogel een roodbruine kop en hals. In het gidsgebied bereikt de soort haar noordgrens: ze is een vrij schaarse standvogel van beboste moerassen en kreken in het laagland van Honduras tot Panama. Ze is schuwer dan de Mexicaanse tijgerroerdomp en blijft meer in de schaduw van het bos.

Rosse tijgerroerdomp (Tigrisoma lineatum)
Foto: Félix Uribe from Rionegro, Antioquia, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een diep, laag, bulderend hoo-hoo-hoo en een reeks grommende geluiden, vooral 's nachts en in de schemering. Bij verstoring een hees kwok.

Luister: ZangXC1064538

Opname: Jacob Wijpkema — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

66–76 cm. Een gedrongen reiger met een vrij lange, rechte snavel en korte, groenige poten. Volwassen vogels hebben een effen, diep roodbruine kop, hals en borst, met een witte, zwart afgezette middenstreep over de voorhals; de keel is bevederd. Mantel en vleugels zijn donker grijsbruin en fijn gevermiculeerd, de buik is lichtbruin met grijze flanken. Jonge vogels zijn heel anders: grof en contrastrijk okergeel en zwart gebandeerd, met een witte buik. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk. De onvolwassen kleden duren enkele jaren.

Verwarrings­soorten

Jonge Mexicaanse tijgerroerdompen Tigrisoma mexicanum lijken sterk op jonge rosse, maar hebben een kale, gele keel. De gestreepte tijgerroerdomp Tigrisoma fasciatum heeft een kortere, dikkere snavel en is als jonge vogel fijner gebandeerd; ze leeft langs snelle bergrivieren. De agamireiger Agamia agami heeft ook een roodbruine hals, maar een groenglanzende rug, een veel langere en dunnere snavel en een kastanjebruine buik.

Leefgebied

Beboste moerassen, palmmoerassen, overstromingsbos, kreken en de oevers van langzaam stromende rivieren in het laagland, plaatselijk ook mangrove en open moerassen. Jaagt geduldig vanaf de oever of in ondiep water op vis, kikkers en kreeftachtigen. Het nest is een platform van takken in een boom of struik, vaak boven water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied in het laagland aan de Caribische kant van Honduras en Nicaragua, in het noorden en oosten van Costa Rica en verspreid in Panama, vooral in het oosten. Buiten het gidsgebied in een groot deel van Zuid-Amerika, tot in het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De meeste kans is er in het oosten van Panama, zoals langs de Chagres en in de moerassen van Darién, en in Costa Rica bij Caño Negro. Een volwassen vogel in de schaduw van de oever valt het eerst op door de roodbruine hals.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wereldwijd wijdverbreid. In het gidsgebied schaars en plaatselijk, en gevoelig voor kap van overstromingsbos en ontwatering.

Wetenschappelijke naam

Tigrisoma lineatum | (Boddaert, 1783)

Boddaert beschreef de soort in 1783 als Ardea lineata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tigrisoma werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Tigrisoma is Grieks, van tigris 'tijger' en sōma 'lichaam', naar het gestreepte verenkleed. lineatum is Latijn voor 'gestreept, met lijnen', naar de fijne dwarsstreping van het verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.