Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Rosse kwartelduif

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Duiven, toerako's en verwanten Columbaves › Duiven en zandhoenders Columbimorphae

Rosse kwartelduif | Geotrygon montana

Ruddy Quail-Dove | Paloma perdiz rojiza

De rosse kwartelduif is de meest verbreide kwartelduif van het gidsgebied, een gedrongen, roodbruine duif die vrijwel altijd op de bosbodem loopt. Hij leeft in vochtig en halfvochtig bos van het westen en oosten van Mexico tot Panama. Buiten het gidsgebied komt hij voor in West-Indië en in een groot deel van tropisch Zuid-Amerika.

Rosse kwartelduif (Geotrygon montana)
Foto: Félix Uribe from Rionegro, Antioquia, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een laag, hol, buikspreekachtig woeoe, dalend en wegstervend, met tussenpozen van enkele seconden lang herhaald. Het geluid geeft weinig houvast over de herkomst en lijkt van ver te komen. De vleugels maken bij het opvliegen een luid klapperend geluid.

Luister: ZangXC1183471

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

21–28 cm, gedrongen en kortstaartig, met een ronde kop en vrij lange poten. Het mannetje is op de bovendelen roodbruin tot kastanjebruin met een paarsachtige glans op nek en mantel; de onderdelen zijn warm okerbruin tot roze-beige. Onder het oog loopt een lichte, okerkleurige streep, begrensd door een roodbruine baardstreep. Snavel, oogring en poten zijn rozerood. Het vrouwtje is olijfbruin op de bovendelen, met een vagere gezichtstekening en grijsbruine tot beige onderdelen. Jonge vogels zijn donkerder en hebben roodbruine randjes aan de veren.

Verwarrings­soorten

De bisschopskwartelduif Geotrygon violacea heeft een lichtgrijs tot witachtig gezicht zonder baardstreep, een violet glanzende nek en mantel en een witachtige buik. De veraguakwartelduif Leptotrygon veraguensis is donker olijfbruin met een brede witte streep onder het oog. De verreaux' duif Leptotila verreauxi en de cassins duif Leptotila cassinii zijn grijzer, langer gestaart en hebben witte staarthoeken. Kwartelduiven van het geslacht Zentrygon, zoals de chiriquikwartelduif Zentrygon chiriquensis, leven vooral hoger in de bergen en hebben een grijze kruin of een opvallende gezichtstekening.

Leefgebied

De bodem van vochtig laaglandbos, heuvelbos en secundair bos, ook halfgroenblijvend bos op Yucatán, de lagere delen van nevelwoud en beschaduwde koffie- en cacaoplantages; van zeeniveau tot ongeveer 1500 m. Leeft alleen of in paartjes en loopt met knikkende kop over de strooisellaag op zoek naar afgevallen vruchten, zaden en kleine ongewervelde dieren. Bij verstoring loopt hij meestal weg of vliegt laag en snel tussen de stammen. Het nest is een los platform van takjes laag in een struik of jonge boom.

Verspreiding en trek

In Mexico aan de Pacifische kant van Jalisco zuidwaarts tot Chiapas en aan de Golfkant vanaf San Luis Potosí en Veracruz via Tabasco tot het schiereiland Yucatán. Verder in Belize, Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua, Costa Rica en Panama, vooral in de vochtige Caribische laaglanden en voetheuvels en in het zuiden van de Pacifische kant. Buiten het gidsgebied in West-Indië en in Zuid-Amerika tot in het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te zien vroeg in de ochtend, wanneer vogels over rustige bospaden lopen; stil blijven staan levert meer op dan doorlopen. In Costa Rica en Panama komen kwartelduiven soms naar voederplaatsen met fruit of rijst bij lodges. Het lage, holle woeoe verraadt de aanwezigheid vaak eerder dan de vogel zelf.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is wijdverbreid en verdraagt secundair bos en plantages met schaduwbomen, maar verdwijnt waar het bos geheel wordt gekapt.

Wetenschappelijke naam

Geotrygon montana | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Columba montana; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Geotrygon werd in 1847 ingevoerd door Gosse. Geotrygon is Grieks, van gē 'aarde, grond' en trugōn 'tortelduif': 'gronduif'. montana is Latijn voor 'van de bergen'; de soort leeft echter vooral in laaglandbos. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.