Alle soorten › Zangvogels › Ovenvogels en muisspechten › Rosse bladspeurder

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Rosse bladspeurder | Clibanornis rubiginosus

Ruddy Foliage-gleaner | Breñero rojizo

De rosse bladspeurder is een donker roodbruine, verborgen levende ovenvogel van de dichte onderlaag van vochtig bergbos. Hij wordt veel vaker gehoord dan gezien: de nasale roep klinkt uit dichte begroeiing dicht bij de grond. In het gidsgebied leeft hij van het zuiden van Mexico tot Panama.

Rosse bladspeurder (Clibanornis rubiginosus)
Foto: Nick Athanas — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een nasaal, stijgend kwie-iek, vaak herhaald vanuit dekking. Daarnaast een droog, scherp tsjek.

Luister: ZangXC1072707

Opname: Max Noack — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

18–20 cm. Overwegend donker roodbruin, zonder strepen. Keel en borst helderder rossig kaneelbruin, buik doffer olijfbruin. Staart donker roodbruin tot zwartachtig. Snavel vrij zwaar en recht. Mannetje en vrouwtje gelijk.

Verwarrings­soorten

De rosse muisspecht Dendrocincla homochroa heeft een vergelijkbare kleur, maar klimt tegen stammen en heeft een langere snavel. De okerkeelbladspeurder Automolus ochrolaemus heeft een lichte okergele keel en leeft in het laagland. De bruinkeelbladkrabber Sclerurus mexicanus leeft op de bosbodem, heeft een lange, dunne snavel en een korte, zwarte staart.

Leefgebied

Dichte onderlaag van vochtig bergbos en voetheuvelbos, vooral in ravijnen, op steile hellingen en aan bosranden met dichte begroeiing. Zoekt laag bij de grond in dode bladeren, mos en kluwens van lianen naar insecten en andere geleedpotigen, alleen of in paren. Het nest ligt aan het eind van een tunnel in een aarden wal.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Bergen van het zuiden van Mexico (onder meer Guerrero, Oaxaca, Veracruz en Chiapas) door Guatemala, El Salvador, Honduras, Nicaragua en Costa Rica tot Panama. Buiten het gidsgebied komen verwante vormen voor in de bergen van Zuid-Amerika; welke daarvan tot deze soort worden gerekend, verschilt per taxonomische indeling.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best op te sporen aan de nasale roep in dichte begroeiing langs bospaden en ravijnen, bijvoorbeeld in Monteverde in Costa Rica en in de bergbossen van Guatemala. Geduldig wachten aan de rand van een dichte plek levert soms een korte blik op.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen maar weinig opvallend in geschikt bos; gevoelig voor ontbossing.

Wetenschappelijke naam

Clibanornis rubiginosus | (Sclater, 1857) (GBIF: Automolus rubiginosus)

Sclater beschreef de soort in 1857 als Anabates rubiginosus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Clibanornis werd in 1873 ingevoerd door Sclater & Salvin. Clibanornis is Grieks, van klibanos 'oven' en ornis 'vogel': 'ovenvogel', naar de familie Furnariidae (Latijn furnus 'oven'). rubiginosus is Latijn voor 'roestig', naar het roestbruine verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Córdoba, Veracruz, Mexico.