Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Prachtkolibrie
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores
Prachtkolibrie | Calothorax pulcher
Beautiful Sheartail | Colibrí oaxaqueño
De prachtkolibrie is een kleine kolibrie die alleen voorkomt in de droge binnendalen en hellingen van het zuiden van Mexico, vooral in Oaxaca. Hij lijkt sterk op de luciferkolibrie, maar heeft een kortere en minder gebogen snavel. Waar beide soorten in de winter samen voorkomen, is vooral de snavel van belang.
Geluid
Een droog tsjip of tsjik, en bij achtervolgingen een kort, snel gekwetter.
Opname: Andrew Spencer — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
8–9 cm, met een middellange, licht gebogen zwarte snavel. Het mannetje is groen op de bovendelen, met een glanzende roze-paarse tot violette keel met verlengde zijpunten, een witte borst, groene en kaneelkleurige flanken en een lange, diep gevorkte donkere staart met vrij brede buitenste pennen. Het vrouwtje heeft een donkere oogstreep met een lichte wenkbrauwstreep, lichtbruingele onderdelen en een afgeronde staart met roestbruine basis, een zwarte band en witte toppen.
Verwarringssoorten
De luciferkolibrie Calothorax lucifer heeft een langere en duidelijker gebogen snavel; het mannetje heeft een kortere, smallere staart. Buiten Oaxaca en Puebla komt die soort vooral in het centrale hoogland voor, maar in de winter kunnen beide soorten samen worden gezien. Het vrouwtje van de duponts kolibrie Tilmatura dupontii heeft een rechte, kortere snavel en witte vlekken op de stuit. Vrouwtjes van de robijnkeelkolibrie Archilochus colubris hebben een rechte snavel en witte onderdelen.
Leefgebied
Droog struweel, doornstruweel en cactusbos, droog tropisch bos en de randen van open eikenbos op droge hellingen, ongeveer tussen 1000 en 2200 m; ook in tuinen en akkerranden met bloeiende struiken. Foerageert vooral laag bij bloemen van struiken en kruiden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Endemisch voor het gidsgebied en voor Mexico. In de droge binnendalen en op de droge hellingen van het zuiden van Mexico, in Oaxaca, Puebla, Morelos en Guerrero; het meest bekend uit de Centrale Vallei van Oaxaca en de vallei van Tehuacán-Cuicatlán.
- Jaarrond
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de Centrale Vallei van Oaxaca bij bloeiende struiken in droog struweel en bij de archeologische terreinen, zoals Monte Albán en Yagul, en rond Teotitlán del Valle.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Het verspreidingsgebied is klein, maar de soort is daarbinnen vrij algemeen en komt ook in cultuurland en tuinen voor. Het omzetten van droog struweel in landbouwgrond treft haar plaatselijk.
Wetenschappelijke naam
Calothorax pulcher | Gould, 1859
Gould beschreef de soort in 1859 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Calothorax werd in 1840 ingevoerd door Gray. Calothorax is Grieks, van kalos 'mooi' en thōrax 'borst', naar de prachtige keel en borst van het mannetje. pulcher is Latijn voor 'mooi'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Oaxaca, Mexico.



