Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Palmers tangare

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Palmers tangare | Poecilostreptus palmeri

Grey-and-gold Tanager | Tangara grisdorada

Palmers tangare is een vrij forse, lichtgrijze tangare met een goudgele zweem en zwarte vlekken op rug en borst. Hij leeft in paren of kleine groepen in de kruinen van vochtig bos en zit vaak hoog op kale takken. In het gidsgebied komt hij alleen voor in het oosten van Panama.

Palmers tangare (Poecilostreptus palmeri)
Foto: Zieger M — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Roept luid en schril, een herhaald tsjiep of een reeks snelle tsie-tonen, vaak vanaf een hoge tak.

Luister: ZangXC1170183

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–16 cm. Vrij forse tangare met een stevige, donkere snavel. Bovendelen lichtgrijs met een goudgele zweem op de mantel en zwarte vlekken op de rug. Zwart rond de snavelbasis en op de teugel. Onderdelen wittig, met een band van zwarte vlekken over de borst en langs de flanken en goudgeel op de zijkant van de borst. Vleugels en staart donkergrijs met lichtgrijze randen. Mannetje en vrouwtje lijken op elkaar.

Verwarrings­soorten

De spikkeltangare Ixothraupis guttata is kleiner, groen van boven en overal zwart gevlekt. De grijze tangare Tangara inornata is kleiner en egaal donkergrijs, zonder vlekken of geel. De bisschopstangare Thraupis episcopus is blauwgrijs, zonder vlekken.

Leefgebied

Kruinlaag en randen van vochtig bos in laagland en voetheuvels, meestal tussen ongeveer 300 en 1100 m, plaatselijk lager; ook in hoog secundair bos en bij open plekken. Zit vaak zichtbaar op hoge, kale takken boven het bladerdak en sluit zich aan bij gemengde groepen tangares. Eet vruchten en insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen in Oost-Panama: in Darién, het oosten van de provincie Panamá en Guna Yala. Buiten het gidsgebied van het westen van Colombia tot het noordwesten van Ecuador. Standvogel.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Wordt in het gidsgebied het vaakst gezien in de voetheuvels van Darién en op de Cerro Chucantí, vaak in een gemengde groep in de kruin van bosranden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Vrij schaars en plaatselijk in het gidsgebied; afhankelijk van aaneengesloten bos.

Wetenschappelijke naam

Poecilostreptus palmeri | (Hellmayr, 1909)

Hellmayr beschreef de soort in 1909 als Calospiza palmeri; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Poecilostreptus werd in 2016 ingevoerd door Burns, Unitt & Mason. Poecilostreptus is Grieks, van poikilos 'gevlekt, bont' en streptos 'halsband', naar de band van zwarte vlekken over de lichte borst. palmeri eert vermoedelijk de Engelse natuuronderzoeker en verzamelaar Mervyn George Palmer (1882–1955), die in Colombia en Ecuador verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sipí aan de río Sipí, Chocó, Colombia.