Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Oranjekaptroepiaal

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Oranjekaptroepiaal | Icterus auricapillus

Orange-crowned Oriole | Turpial coroninaranja

De oranjekaptroepiaal is een Zuid-Amerikaanse troepiaal die in het gidsgebied alleen in het oosten van Panama voorkomt. Hij is te herkennen aan de oranje kruin en kopzijden, die afsteken tegen het zwarte masker en de zwarte rug. Hij leeft hoog in de kronen van bosranden en halfopen bos.

Oranjekaptroepiaal (Icterus auricapillus)
Foto: Félix Uribe from Rionegro, Antioquia, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks heldere, afwisselende fluittonen, vaak in korte strofen herhaald. Als roep een droog tsjek en een nasaal gekwetter.

Luister: ZangXC829374

Opname: Rosa Elena Albornoz — CC0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

19–21 cm. Kruin, nek en kopzijden diep oranje; voorhoofd, teugel, rond het oog en keel tot bovenborst zwart. Rug, vleugels en staart zwart, met een gele schoudervlek en zonder witte vleugelbanden. Onderdelen en stuit geel, op de borst met een oranje zweem. Snavel zwart en vrij slank. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk; jonge vogels zijn olijfgeel met een kleiner zwart masker en weinig oranje op de kop.

Verwarrings­soorten

De geelstaarttroepiaal Icterus mesomelas heeft een gele kop zonder oranje kruin en geel in de staart. De geelrugtroepiaal Icterus chrysater heeft een gele rug. Het mannetje van de baltimoretroepiaal Icterus galbula, in de winter ook in Panama, heeft een geheel zwarte kop en een witte vleugelband.

Leefgebied

Randen van vochtig laaglandbos, open bos, galerijbos langs rivieren, secundair bos en halfopen terrein met hoge bomen, meestal beneden 600 m. Leeft in paren of kleine groepen hoog in de kronen en zoekt daar insecten, vruchten en nectar.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen in het oosten van Panama, vooral in Darién en het oosten van de provincie Panamá. Buiten het gidsgebied in het noorden van Colombia en in Venezuela.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te zoeken langs bosranden en open plekken in Darién en rond het Bayanomeer. Let op paren die zich hoog in bloeiende bomen ophouden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). In het gidsgebied plaatselijk en vrij schaars; elders in het verspreidingsgebied vrij algemeen.

Wetenschappelijke naam

Icterus auricapillus | Cassin, 1848

Cassin beschreef de soort in 1848 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Icterus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Icterus komt van het Griekse ikteros, een gele vogel — doorgaans opgevat als de wielewaal — waarvan de aanblik geelzucht zou genezen. auricapillus is Latijn, van aurum 'goud' en capillus 'hoofdhaar', naar de oranjegele kruin. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Santa Marta, Colombia (oorspronkelijk ten onrechte ook 'Mexico').