Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Olijfkeelaratinga

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Olijfkeelaratinga | Eupsittula nana

Olive-throated Parakeet | Perico pecho sucio

De olijfkeelaratinga is een middelgrote groene parkiet van het Caribische laagland, van het oosten van Mexico tot het westen van Panama. In grote delen van zijn gebied is hij de meest geziene parkiet, vaak in luidruchtige groepen die snel over bos en boerenland vliegen. Een andere ondersoort leeft op Jamaica.

Olijfkeelaratinga (Eupsittula nana)
Foto: Aztec_Parakeet_(Aratinga_astec)_-Guatemala-8.jpg: Walter Rodriguez from Berlin, Germany derivative work: Snowmanradio (talk) — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Schelle, krassende roepen, een snel krie-krie of kree-ek, in de vlucht voortdurend herhaald.

Luister: ZangXC1030183

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

23–26 cm, met een lange, puntige staart. De bovendelen zijn groen, de keel en borst olijfbruin, de buik geelachtiger groen. Rond het oog een smalle, kale, lichte ring. De handpennen zijn deels blauw, de ondervleugel is grijzig. De snavel is licht hoornkleurig. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De halvemaanparkiet Eupsittula canicularis, vooral aan de Pacifische kant, heeft een oranje voorhoofd en een groene keel. De maisparkiet Eupsittula pertinax, in Panama vooral aan de Pacifische kant, heeft een bruin gezicht met geel rond het oog. De groene aratinga Psittacara holochlorus en de pacifische aratinga Psittacara strenuus zijn groter en geheel groen. De toviparkiet Brotogeris jugularis is kleiner, met een korte staart en een bruine schoudervlek.

Leefgebied

Vochtig en halfbladverliezend laaglandbos, bosranden, secundair bos, plantages en boerenland met bomen; meestal onder 1100 m. Eet zaden, vruchten en bloemen, ook in maïsvelden. Broedt in holten in bomen en vaak in termietennesten.

Verspreiding en trek

Aan de Caribische kant van het zuiden van Tamaulipas en het oosten van San Luis Potosí door Veracruz, het noorden van Oaxaca, Tabasco, Chiapas en het schiereiland Yucatán naar Belize, Guatemala, Honduras, Nicaragua en Costa Rica, tot in Bocas del Toro in het westen van Panama; in Nicaragua ook in het centrale bergland. Ontbreekt in El Salvador. Buiten het gidsgebied op Jamaica.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Belize, op het schiereiland Yucatán en in de Petén in Guatemala vaak in groepen langs wegen en bosranden, bijvoorbeeld bij Tikal en Calakmul; in Costa Rica in het Caribische laagland van Sarapiquí en San Carlos.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wijdverbreid en op veel plaatsen algemeen; plaatselijk gevangen voor de kooivogelhandel.

Wetenschappelijke naam

Eupsittula nana | (Vigors, 1830) (GBIF: Aratinga nana)

Vigors beschreef de soort in 1830 als Psittacara nana; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Eupsittula werd in 1853 ingevoerd door Bonaparte. Eupsittula is Grieks eu 'goed, echt' plus nieuw-Latijn psittacula 'papegaaitje': 'echt parkietje'. nana is Latijn voor 'dwerg' (nanus), naar het kleine formaat. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.