Alle soorten › Trogonachtigen › Trogons › Noordelijke zwartkeeltrogon

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves

Noordelijke zwartkeeltrogon | Trogon tenellus

Graceful Black-throated Trogon | Trogón cabeciverde

De noordelijke zwartkeeltrogon is een kleine, geelbuikige trogon van de lagere en middelste laag van vochtig laaglandbos, van het noorden van Honduras tot het noordwesten van Colombia. Hij werd vroeger als ondersoort van de zwartkeeltrogon Trogon rufus uit Zuid-Amerika beschouwd. Het vrouwtje is de enige trogon van het gidsgebied met een bruine kop en rug en een gele buik.

Noordelijke zwartkeeltrogon (Trogon tenellus)
Foto: Frank Vassen from Brussels, Belgium — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een langzame reeks van meestal twee tot vier heldere, wat klaaglijke fluittonen, kuu kuu kuu, met korte pauzes. Daarnaast een zacht ratelend gekwetter.

Luister: OpnameiNaturalist

Opname: frogman44 — CC BY-NC 4.0 · omgezet naar mono · iNaturalist

Herkenning

23–25 cm. Het mannetje heeft een metaalgroene kop, borst en rug, een zwart gezicht en keel, een heldergele buik en een geelgroene snavel. De onderkant van de staart is fijn zwart-wit gestreept met brede witte punten. Het vrouwtje is warmbruin op kop, borst en rug, met een gele buik, een witte halvemaan vóór en achter het oog en eveneens een gestreepte staartonderkant.

Verwarrings­soorten

Goulds trogon Trogon caligatus heeft bij het mannetje een violetblauwe kop en borst; het vrouwtje is grijs in plaats van bruin. De witstaarttrogon Trogon chionurus (Panama) is groter en heeft bij het mannetje een donkerblauwe kop en borst en een vrijwel geheel witte staartonderkant. Het vrouwtje van de gekraagde trogon Trogon collaris is ook bruin, maar heeft een rode buik en een witte borstband.

Leefgebied

Vochtig laaglandbos en voetheuvelbos tot ongeveer 1100 m, vooral hoog, schaduwrijk bos; minder in secundair bos. Zit stil en rechtop in de lagere en middelste laag, lager dan de meeste andere trogons, en eet insecten en vruchten, die in een korte vlucht worden gegrepen. Graaft zijn nest uit in rottend hout of een termietennest.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische helling van het noorden en oosten van Honduras, Nicaragua en Costa Rica; in Costa Rica ook aan de Pacifische kant in het midden en zuidwesten. In Panama aan beide kanten tot Darién. Ontbreekt in het droge Pacifische laagland van Nicaragua en het noordwesten van Costa Rica en verder naar het noorden in het gidsgebied. Buiten het gidsgebied in het noordwesten van Colombia.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Algemeen langs de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) in Soberanía in Panama, bij La Selva en in Corcovado in Costa Rica. Zit vaak laag en stil in het binnenste van het bos en wordt daardoor meestal pas opgemerkt als hij roept.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, op grond van de beoordeling van de zwartkeeltrogon in de oude, ruime opvatting. Gevoelig voor kap van laaglandbos, omdat hij weinig in secundair bos voorkomt.

Wetenschappelijke naam

Trogon tenellus | Cabanis, 1862 (GBIF: Trogon rufus)

Cabanis beschreef de soort in 1862 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Trogon werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Trogon is Grieks, van trōgōn 'knagend, vruchten etend'. tenellus is Latijn voor 'teer, sierlijk', een verkleinwoord van tener, naar de kleine, tengere bouw. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Costa Rica.