Alle soorten › Trogonachtigen › Trogons › Goulds trogon

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves

Goulds trogon | Trogon caligatus

Gartered Trogon | Trogón violáceo norteño

Goulds trogon is een kleine, geelbuikige trogon van bosranden, secundair bos en halfopen bebost land, van het oosten van Mexico tot Panama. Het is de meest verbreide trogon van de laaglanden van het gidsgebied. Vroeger werd hij samen met Trogon violaceus en Trogon ramonianus uit Zuid-Amerika als één soort beschouwd. De naam eert de Britse vogelkundige John Gould.

Goulds trogon (Trogon caligatus)
Foto: Bernard DUPONT from FRANCE — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een snelle, gelijkmatige reeks hoge, heldere tjoe-noten, vaak tien tot twintig achter elkaar, hoger en sneller dan bij de grotere trogons. Daarnaast een zacht gekakel.

Luister: ZangXC1183833

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

23–25 cm. Het mannetje heeft een violetblauwe kop en borst, een zwart gezicht en keel, een gele oogring, een groene rug en een gele buik, met een smalle, vaak onduidelijke witte band tussen borst en buik. De snavel is blauwgrijs. De onderkant van de staart is fijn zwart-wit gestreept met brede witte punten. Het vrouwtje is grijs op kop, borst en rug, met een gele buik, een onderbroken witte oogring en een zwart-wit gebandeerde staartonderkant.

Verwarrings­soorten

De zwartkoptrogon Trogon melanocephalus is groter en heeft een lichtblauwe oogring en een zwartere kop en borst. De witstaarttrogon Trogon chionurus (Panama) is groter en heeft bij het mannetje een blauwe oogring en een vrijwel geheel witte staartonderkant. De noordelijke zwartkeeltrogon Trogon tenellus heeft bij het mannetje een groene kop en borst; het vrouwtje is bruin in plaats van grijs.

Leefgebied

Vochtig en halfvochtig laaglandbos en voetheuvelbos tot ongeveer 1500 m, vooral bosranden, secundair bos, galerijbos, schaduwkoffie en cacao en halfopen land met bomen. Zit rechtop in de middelste en hogere boomlaag en eet vruchten en insecten. Graaft zijn nest vaak uit in een wespennest in een boom, soms in een termietennest of rottend hout.

Verspreiding en trek

Golf- en Caribische helling van het oosten van Mexico, vanaf het zuiden van Tamaulipas en San Luis Potosí, door Veracruz, Puebla, Oaxaca, Tabasco, Chiapas en het schiereiland Yucatán, en verder door Belize, Guatemala, Honduras, Nicaragua en Costa Rica tot Panama. Aan de Pacifische kant plaatselijk van Chiapas, Guatemala en El Salvador tot Costa Rica en Panama. Buiten het gidsgebied in Colombia, het westen van Venezuela, het westen van Ecuador en het noordwesten van Peru.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Algemeen in Tikal in Guatemala, in het Cayo-district in Belize en langs de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) in Panama. Zit vaak op open plekken aan bosranden en langs wegen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Verdraagt verstoring goed en komt ook in secundair bos, plantages en halfopen land met bomen voor.

Wetenschappelijke naam

Trogon caligatus | Gould, 1838

Gould beschreef de soort in 1838 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Trogon werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Trogon is Grieks, van trōgōn 'knagend, vruchten etend'. caligatus is Latijn voor 'gelaarsd' (van caliga 'soldatenlaars'); waar Gould precies op doelde is niet zeker, mogelijk de bevederde poten. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Magdalenadal, Colombia (afgeleid uit de plaat).