Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Mexicaanse roodmus
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Mexicaanse roodmus | Haemorhous mexicanus
House Finch | Pinzón mexicano
De Mexicaanse roodmus is een slanke, langstaartige vink van droog, open land, die zich ook in dorpen en steden thuis voelt. In het noorden en midden van Mexico is het een van de meest verbreide zangvogels. In het oosten van de Verenigde Staten en op Hawaï is hij door de mens ingevoerd.
Geluid
De zang is een lang, levendig gekwetter van gemengde tonen, vaak afgesloten met een dalend, nasaal vjeer. De roep is een kort, tjilpend tsjiep, vaak in de vlucht.
Opname: Andrew McCafferty — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
13–14 cm. Slank, met een korte, iets gebogen kegelsnavel en een vrij lange, recht afgesneden staart. Het mannetje heeft een rood voorhoofd, een rode wenkbrauwstreep, keel en borst, en een rode stuit; de kleur varieert van oranje of geel tot dieprood. Kruin en oorstreek zijn bruin, de rug is grijsbruin en weinig gestreept, en buik en flanken zijn wit met brede bruine strepen. Het vrouwtje is grijsbruin met vage, wazige strepen op de onderdelen en een vrijwel ongetekende kop.
Verwarringssoorten
Het mannetje van Cassins roodmus Haemorhous cassinii heeft een scherp afgetekende rode kruin, een roze in plaats van rode borst en vrijwel ongestreepte flanken; het vrouwtje is scherper en fijner gestreept en heeft een duidelijker kopgetekening. De Amerikaanse roodmus Haemorhous purpureus heeft een grotere kop, een kortere, gevorkte staart, en het mannetje is meer roze-rood over kop en rug met nauwelijks gestreepte flanken. Het vrouwtje van de Mexicaanse roodmus mist de witte wenkbrauwstreep en de donkere wangvlek van beide soorten.
Leefgebied
Droog, open en halfopen land: woestijnstruweel, doornstruweel, chaparral, cactusvelden, akkers en weiland met heggen, en vooral dorpen, steden en tuinen. Leeft vaak in groepen en komt veel op de grond om zaden te zoeken; eet ook knoppen en vruchten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Inheems in het westen van de Verenigde Staten en in Mexico; ingevoerd en nu wijdverbreid in het oosten van de Verenigde Staten en het zuiden van Canada, en ook op Hawaï. In het gidsgebied in het grootste deel van het noorden en midden van Mexico, inclusief Baja California, zuidwaarts tot in Oaxaca; ontbreekt in de vochtige laaglanden van het oosten en zuiden.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In dorpen en steden van het Mexicaanse hoogland vaak de eerste vink die zich laat horen, zingend vanaf daken en elektriciteitsdraden.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Zeer wijdverbreid en algemeen, en profiteert van bebouwing en landbouw. In Mexico wordt hij gevangen en als kooivogel gehouden.
Wetenschappelijke naam
Haemorhous mexicanus | (Müller, 1776)
Müller beschreef de soort in 1776 als Fringilla mexicana; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Haemorhous werd in 1837 ingevoerd door Swainson. Haemorhous komt van het Griekse haimorrhoos 'bloedend', van haima 'bloed' en rhoos 'stroom', naar het rode verenkleed van de mannetjes. mexicanus is Latijn voor 'uit Mexico', het land waar de soort voor het eerst werd verzameld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Dal van Mexico, Mexico.






