Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Mexicaanse heremietkolibrie

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Mexicaanse heremietkolibrie | Phaethornis mexicanus

Mexican Hermit | Ermitaño mexicano

De mexicaanse heremietkolibrie komt alleen in het westen van Mexico voor, aan de Pacifische helling, ver van alle andere heremieten. Lange tijd gold hij als een vorm van de westelijke langstaartheremietkolibrie, maar sinds 2015 wordt hij als aparte soort erkend. Hij leeft in twee gescheiden gebieden: in Nayarit, Jalisco en Colima, en in Guerrero en Oaxaca.

Mexicaanse heremietkolibrie (Phaethornis mexicanus)
Foto: Jerry Oldenettel — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een schel, gerekt, licht glijdend swiiek. In de lek, met vier tot zes mannetjes, klinkt een doorlopende reeks losse, metaalachtige tonen.

Luister: RoepXC632481

Opname: Aziza Cooper — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm zonder de verlengde, witgetipte middelste staartpennen, die nog ongeveer 3 cm voorbij de staart uitsteken. De snavel is lang, ongeveer 4 cm, en gebogen, met een gele ondersnavel. De kruin is donker, de nek en bovendelen zijn bronsgroen. Over het oog loopt een zwart masker, afgezet door een licht kaneelkleurige streep erboven en een lichte baardstreep; de keel is licht buffkleurig. De staart is zwartachtig met witte punten. Vogels uit Nayarit, Jalisco en Colima zijn bleker en grijzer van onder, met meer wit in de middelste staartpennen dan die uit Guerrero en Oaxaca.

Verwarrings­soorten

Binnen zijn verspreidingsgebied is hij de enige heremiet en daardoor nauwelijks te verwarren. De westelijke langstaartheremietkolibrie Phaethornis longirostris leeft aan de Golfkant en in Chiapas, en is buffkleuriger van onder met kortere middelste staartpennen. Andere kolibries van West-Mexico, zoals de doubledays kolibrie Cynanthus doubledayi en de breedsnavelkolibrie Cynanthus latirostris, hebben een rechte, kortere snavel en geen verlengde middelste staartpennen.

Leefgebied

Binnenkant en randen van vochtig altijdgroen bos, heliconiabosjes en vochtige ravijnen en galerijbos in halfbladverliezend bos, en schaduwrijke koffieplantages, van zeeniveau tot ongeveer 2000 m, meestal lager. Foerageert langs een vaste route aan heliconia's en andere bloemen met een lange kelk.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch in het westen van Mexico, aan de Pacifische helling. Een noordelijke vorm leeft in Nayarit, Jalisco en Colima, de nominaatvorm van het zuidwesten van Guerrero tot het zuidoosten van Oaxaca; in Michoacán is de soort vrijwel niet vastgesteld. Plaatselijk vrij algemeen, maar gebonden aan vochtige ravijnen en bosresten.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In vochtige ravijnen en langs beken met heliconia's in de heuvels rond San Blas en Tepic in Nayarit, en in de koffiestreek van de Sierra Madre del Sur in Oaxaca. Het aanhoudende zingen van de mannetjes in de lek verraadt de plek.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Het verspreidingsgebied is klein en de populatie neemt vermoedelijk af door kap van het bos in de ravijnen, maar de soort komt nog op veel plekken voor.

Wetenschappelijke naam

Phaethornis mexicanus | Hartert, 1897

Hartert beschreef de soort in 1897 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Phaethornis werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Phaethornis is Grieks, van phaethōn 'zon, stralend' en ornis 'vogel': 'zonnevogel'. mexicanus is Latijn voor 'Mexicaans', naar Mexico, waar deze soort voorkomt en het type werd verzameld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Dos Arroyos, bij Chilpancingo, Guerrero, Mexico.