Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Loodgrijze duif

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Duiven, toerako's en verwanten Columbaves › Duiven en zandhoenders Columbimorphae

Loodgrijze duif | Patagioenas plumbea

Plumbeous Pigeon | Paloma plomiza

De loodgrijze duif is een donkere, effen gekleurde boomduif van het Zuid-Amerikaanse regenwoud. In het gidsgebied komt ze alleen voor in het uiterste oosten van Panama, in de bergbossen van de Serranía de Pirre in Darién. Ze leeft hoog in het bladerdak en wordt vaker gehoord dan gezien.

Loodgrijze duif (Patagioenas plumbea)
Foto: Rodrigo Paiva Lázaro — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een ritmisch, hol koeren van drie of vier tonen, hoe, hoe-hoe-hoe, vanuit de kruin van een boom en vaak herhaald. Het lijkt op de zang van de purperduif en de kortsnavelduif, maar klinkt lager en voller.

Luister: ZangXC1183895

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

32–34 cm. Een vrij grote, slanke duif met een middellange, afgeronde staart en een korte zwarte snavel. Het verenkleed is vrijwel overal donker loodgrijs; kop, hals en borst hebben een doffe wijnrode tot paarsachtige zweem. Rug, vleugels en staart zijn donkerder en bruiniger grijs, zonder vlekken of banden. De ondervleugel is grijs. De poten zijn rood. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn valer en bruiner.

Verwarrings­soorten

De purperduif Patagioenas subvinacea is kleiner en warmer roodbruin, met een kaneelkleurige ondervleugel. De kortsnavelduif Patagioenas nigrirostris is kleiner en bruiner, met olijfbruine bovendelen, en leeft in Darién vooral lager in het laagland. De rosse duif Patagioenas cayennensis heeft een lichte onderbuik en leeft in open terrein en langs rivieren.

Leefgebied

Het bladerdak en de bosrand van vochtig heuvelbos en lager bergbos, in het gidsgebied vooral tussen ongeveer 500 en 1500 m. Leeft alleen of in paren en eet vruchten en bessen in de boomkruinen; komt zelden naar de grond.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen in het oosten van Darién in Panama, vooral op de Serranía de Pirre en in de omgeving van Cana. Buiten het gidsgebied in Colombia en een groot deel van het Amazonebekken, en in het Atlantische kustbos van oostelijk Brazilië en Paraguay.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Te zoeken bij Cana en op de hellingen van de Cerro Pirre in het Nationaal Park Darién, waar de zang uit de boomkruinen het beste aanknopingspunt is. Een vogel die stil in het bladerdak zit, is van onderen gezien nauwelijks van de andere grote duiven te onderscheiden.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar achteruitgaand door ontbossing. In het gidsgebied beperkt tot één afgelegen berggebied, dat grotendeels binnen een nationaal park ligt.

Wetenschappelijke naam

Patagioenas plumbea | (Vieillot, 1818)

Vieillot beschreef de soort in 1818 als Columba plumbea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Patagioenas werd in 1853 ingevoerd door Reichenbach. Patagioenas is Grieks, van patageō 'klepperen' en oinas 'duif', naar het klapperende vleugelgeluid bij het opvliegen. plumbea is Latijn voor 'loodkleurig', naar het grijze verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Brazilië.