Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Kortstaartbreedbektiran

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Kortstaartbreedbektiran | Platyrinchus cancrominus

Stub-tailed Spadebill | Mosquero pico chato

De kortstaartbreedbektiran is een klein, bruinolijf Platyrinchus-tirannetje met een zeer brede, platte snavel en een uitgesproken kort staartje. Hij leeft in de ondergroei van laaglandbos en is vaker te horen dan te zien. In het gidsgebied komt hij voor van het zuidoosten van Mexico tot het noordwesten van Costa Rica.

Kortstaartbreedbektiran (Platyrinchus cancrominus)
Foto: panza-rayada — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, scherp, piepend roepje en een korte, hoge, iets zoemende triller die kan stijgen en dalen.

Luister: RoepXC1080708

Opname: Joren van Schie — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

9–10 cm. Rond en grootkoppig, met een stomp staartje dat nauwelijks voorbij de vleugelpunten steekt. Bovendelen olijfbruin. Opvallend gezichtspatroon: lichte teugel en oogring, een donkere halvemaanvormige vlek op de oorstreek en een donkere streep langs de kaak. Keel wit, borst en flanken bruinachtig geelbruin, buik lichter. Snavel zeer breed en plat, bovenkant donker, onderkant licht.

Verwarrings­soorten

De witkeelbreedbektiran Platyrinchus mystaceus lijkt sterk, maar leeft in Costa Rica en Panama vooral hoger in heuvel- en bergbos en heeft een iets langer staartje en een meer olijfgroene rug. De geelkapbreedbektiran Platyrinchus coronatus is kleiner, heeft een roodbruine kruin en geelachtige onderdelen. De krombektirannen (Oncostoma) zijn groener en hebben een smalle, naar beneden gebogen snavel.

Leefgebied

Ondergroei en middenlaag van vochtig en halfvochtig laaglandbos, seizoensbos en oud secundair bos, ook galerijbos, van zeeniveau tot ongeveer 1200 m. Zit stil op een dun takje en schiet plotseling naar de onderkant van een blad om een insect te pakken.

Verspreiding en trek

Van het zuiden van Veracruz en Oaxaca door Tabasco, Chiapas en het schiereiland Yucatán, Belize en Guatemala naar Honduras en Nicaragua, tot in het noordwesten van Costa Rica. Komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Let in de ondergroei op het hoge piepje; een zittende vogel blijft lang stil en valt ondanks het gezichtspatroon weinig op. Vaak alleen of in paren, niet in gemengde groepen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen in passend bos binnen zijn verspreidingsgebied; verdwijnt waar de ondergroei verloren gaat.

Wetenschappelijke naam

Platyrinchus cancrominus | Sclater & Salvin, 1860

Sclater & Salvin beschreef de soort in 1860 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Platyrinchus werd in 1805 ingevoerd door Desmarest, A-G. Platyrinchus is Grieks, van platus 'breed' en rhunkhos 'snavel', naar de opvallend brede, platte snavel. cancrominus betekent 'lijkend op cancromus': Sclater en Salvin vonden hem nauwelijks verschillend van Temmincks Braziliaanse Platyrhynchos cancromus, behalve door de witte keel en kortere staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Choctún, Alta Verapaz, Guatemala.