Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Grijskopmanakin

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Grijskopmanakin | Piprites griseiceps

Grey-headed Piprites | Piprites cabecigrís

De grijskopmanakin is een gedrongen, olijfgroen-gele Piprites met een grijze kop en een opvallende witte oogring. Ondanks de naam is hij geen echte manakin; het geslacht wordt tegenwoordig bij of naast de tirannen ingedeeld. Hij leeft hoog in vochtig bos van het Caribische laagland en heuvelland en is overal schaars. Het gidsgebied omvat zijn hele verspreidingsgebied.

Grijskopmanakin (Piprites griseiceps)
Foto: Alfonso Auerbach (@alf_auerbach) — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een levendige, snelle reeks heldere, vloeiende fluittonen, vaak van bovenin het bos; de vogel zelf blijft daarbij meestal uit het zicht.

Luister: ZangXC1055894

Opname: Scott Olmstead — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

12 cm. Kop en nek grijs met een brede, opvallende witte oogring. Bovendelen olijfgroen, vleugels en staart olijf zonder vleugelstrepen. Keel en borst geelachtig met een olijfgroene waas over de borst, buik helderder geel. Snavel kort en vrij breed. Gedrongen bouw met een grote kop. Geslachten gelijk.

Verwarrings­soorten

De kleine vireo Pachysylvia decurtata heeft eveneens een grijze kop met witte oogring en olijfgroene bovendelen, maar is kleiner en slanker, met een spitsere snavel en vooral witachtige onderdelen. De dwergvliegenpikker Phyllomyias griseiceps is kleiner, heeft geen witte oogring en een korter, smaller snaveltje. Vrouwtjes van echte manakins missen de grijze kop.

Leefgebied

Midden- en bovenlaag van vochtig, altijdgroen laagland- en heuvelbos en hoge bosranden, meestal beneden ongeveer 750 m. Zit vaak lang stil op een tak en sluit zich aan bij gemengde groepen vogels. Eet insecten en kleine vruchten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische kant van Midden-Amerika, van Honduras en Nicaragua tot Costa Rica en het uiterste westen van Panama (Bocas del Toro). Komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Let in vochtig bos aan de Caribische kant op de karakteristieke zang uit de kronen en zoek dan geduldig in de gemengde groepen naar een stilzittende vogel met grijze kop en witte oogring.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd volgens de laatste beoordeling, maar zeldzaam en plaatselijk, met een klein verspreidingsgebied; gevoelig voor ontbossing van het Caribische laagland.

Wetenschappelijke naam

Piprites griseiceps | Salvin, 1865

Salvin beschreef de soort in 1865 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Piprites werd in 1847 ingevoerd door Cabanis. Piprites is gevormd uit Pipra (manakins) en het Griekse -itēs 'lijkend op': 'manakinachtige', naar het manakinachtige uiterlijk. griseiceps is Latijn, van griseus 'grijs' en -ceps '-koppig', naar de grijze kop. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tucurrique, Costa Rica.