Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Haarspecht

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves › Neushoornvogels, ijsvogels en spechten Picocoraciae › IJsvogels, bijeneters en spechten Picodynastornithes

Haarspecht | Leuconotopicus villosus

Hairy Woodpecker | Carpintero velloso mayor

De haarspecht is een zwart-witte specht met een witte rugstreep, die in het gidsgebied in de bergbossen leeft, van Baja California en de Sierra Madres tot in het westen van Panama. Naar het zuiden worden de vogels kleiner en donkerder; in Costa Rica en Panama is de onderkant bruingrijs in plaats van wit.

Haarspecht (Leuconotopicus villosus)
Foto: Charlie Jackson — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, luid piek en een snelle, rinkelende ratel die op één toonhoogte blijft. Trommelt in harde, snelle roffels, waarmee paren hun territorium markeren.

Luister: VluchtroepXC1078226

Opname: Valerie Heemstra — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

18–22 cm. Rug zwart met een brede witte of vaalwitte streep over het midden; vleugels zwart met rijen witte vlekken. Kop zwart met een witte streep boven het oog en een witte baardstreep. Snavel lang en krachtig, ongeveer zo lang als de kop. Onderdelen in het noorden van Mexico wit, zuidelijker vaal beige, in Costa Rica en Panama bruingrijs; de witte delen van rug en kop zijn daar ook bruinig. Buitenste staartveren wit. Het mannetje heeft een rode vlek op het achterhoofd, het vrouwtje niet.

Verwarrings­soorten

De ladderspecht Dryobates scalaris en nuttalls specht Dryobates nuttallii hebben een zwart-wit gebandeerde rug in plaats van een witte rugstreep. De arizonaspecht Leuconotopicus arizonae en stricklands specht Leuconotopicus stricklandi hebben een bruine rug, een bruine oorvlek en gevlekte onderdelen. De roetspecht Leuconotopicus fumigatus is vrijwel effen bruin, zonder witte rugstreep.

Leefgebied

Pijn-eikenbos, eikenbos, naaldbos en nevelwoud in de bergen, plaatselijk ook oeverbos; in Mexico meestal tussen ongeveer 1200 en 3500 m, in Costa Rica en Panama vooral boven 1500 m tot aan de boomgrens. Eet vooral insectenlarven uit hout en schors, ook vruchten en zaden. Hakt de nestholte in een dode stam of tak.

Verspreiding en trek

Standvogel in de bergen van Baja California (Sierra Juárez en Sierra San Pedro Mártir), de Sierra Madre Occidental en de Sierra Madre Oriental, de Neovolcanische As, de Sierra Madre del Sur en de bergen van Oaxaca en Chiapas; verder in de hooglanden van Guatemala, El Salvador, Honduras en het noorden en midden van Nicaragua, en in de bergen van Costa Rica en het westen van Panama. Buiten het gidsgebied in Noord-Amerika, van Alaska en Canada door de Verenigde Staten, en op de noordelijke Bahama's.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op de Cerro de la Muerte en rond San Gerardo de Dota in Costa Rica, en op de flanken van de Volcán Barú in Panama, in eikenbos. In Mexico in pijn-eikenbos, bijvoorbeeld in de Sierra San Pedro Mártir en in de bergen rond Mexico-Stad.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In Midden-Amerika gebonden aan bergbos en daar plaatselijk gevoelig voor ontbossing.

Wetenschappelijke naam

Leuconotopicus villosus | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Picus villosus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Leuconotopicus werd in 1845 ingevoerd door Malherbe. Leuconotopicus combineert Grieks leukos 'wit' en nōtos 'rug' met Latijn picus 'specht': 'witrugspecht'. villosus is Latijn voor 'harig, ruig', naar de lange, haarachtige witte veren midden op de rug. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Raccoon, New Jersey (VS).