Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen, sterns en schaarbekken › Grootsnavelstern
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae
Grootsnavelstern | Phaetusa simplex
Large-billed Tern | Charrán picudo
De grootsnavelstern is een forse zoetwaterstern van de grote rivieren van Zuid-Amerika, met een zeer dikke gele snavel en een driekleurig vleugelpatroon. In het gidsgebied is hij een dwaalgast. De meeste gevallen komen uit Panama, waar de soort sinds de jaren tachtig herhaaldelijk is gemeld, soms met vogels die weken achtereen blijven.
Geluid
Luide, rauwe, wat meeuwachtige roepen, lager dan bij de kleinere sterns; vaak in vlucht.
Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
37–39 cm, met een korte, licht gevorkte staart. De snavel is lang, zeer dik en helder geel. Kap en oorstreek zijn zwart, het voorhoofd buiten de broedtijd wit gespikkeld. Rug, binnenste vleugeldekveren en staart zijn grijs, de onderdelen wit. In vlucht valt het vleugelpatroon op: zwarte handpennen, een brede witte driehoek over de armpennen en grote dekveren en een grijze voorvleugel. De poten zijn geelachtig. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels hebben bruingeschubde bovendelen, een bruinere kap en een doffere snavel.
Verwarringssoorten
De vorkstaartmeeuw Xema sabini heeft een vergelijkbaar driekleurig vleugelpatroon, maar is kleiner, met een kleine zwarte snavel met gele punt en een diep gevorkte staart; hij leeft vrijwel alleen op open zee. De lachstern Gelochelidon nilotica heeft een korte zwarte snavel en egaal lichte vleugels. De koningsstern Thalasseus maximus heeft een oranje snavel, een kuifje en lichtgrijze vleugels zonder witte driehoek.
Leefgebied
In het gidsgebied vooral zoetwatermeren, rivieren, moerassen en rijstvelden in het laagland, en daarnaast lagunes en riviermondingen aan de kust. In het broedgebied grote rivieren met zandbanken, meren en riviermondingen. Vist door zich vanuit een zoekvlucht in het water te laten vallen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In Panama ruim tien gevallen sinds de jaren tachtig, vooral in de provincies Colón en Panamá, met verder vogels in Darién en Herrera; een van de vindplaatsen is het moerasgebied van La Jagua. In Nicaragua enkele vogels in 2012 en 2013 aan de Río San Juan en in het departement Granada aan het Meer van Nicaragua. Buiten het gidsgebied broedt de soort in het grootste deel van Zuid-Amerika ten oosten van de Andes, tot het noorden van Argentinië; als dwaalgast ook in het Caribisch gebied, op Bermuda en in de Verenigde Staten.
Hoe en wanneer kijken
Zoetwatermeren en moerassen in het laagland van Panama zijn de plek waar een grootsnavelstern het meest te verwachten is, vaak tussen andere sterns. In vlucht is het zwart-wit-grijze vleugelpatroon al van ver te zien; zittend valt de zware gele snavel op.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. De soort is wijdverspreid langs Zuid-Amerikaanse rivieren; dammen en veranderende waterstanden kunnen broedplaatsen op zandbanken aantasten. In het gidsgebied een dwaalgast zonder broedgevallen.
Wetenschappelijke naam
Phaetusa simplex | (Gmelin, 1789)
Gmelin beschreef de soort in 1789 als Sterna simplex; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phaetusa werd in 1832 ingevoerd door Wagler. Phaetusa komt uit de Griekse mythologie: Phaëthusa was een dochter van Helios en zuster van Phaëthon. simplex is Latijn voor 'eenvoudig, effen', naar het sobere verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.




