Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Groene elenia

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Groene elenia | Myiopagis viridicata

Greenish Elaenia | Elenia verdosa

De groene elenia is een onopvallende, olijfgroene elenia met een grijze kop, een verborgen gele kruinvlek en vrijwel effen vleugels zonder duidelijke vleugelstrepen. Hij leeft in de kronen van droog en vochtig bos en wordt vaker gehoord dan gezien. In het gidsgebied komt hij voor van Mexico tot Panama.

Groene elenia (Myiopagis viridicata)
Foto: Alastair Rae — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een dun, ijl en iets schurend tsrie-iep of tsjie-riep, met tussenpozen herhaald vanuit de kroon.

Luister: ZangXC1172822

Opname: Mateus Gonçalves Santos — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm. Kop grijs, met een gele middenvlek op de kruin die meestal verborgen is, een smalle lichte streep boven de teugel en een donkere oogstreep. Rug olijfgroen. Vleugels olijf met lichtgele randen aan de slagpennen, maar zonder of met slechts vage vleugelstrepen. Keel grijswit, borst lichtgrijs met een olijfkleurige waas, buik lichtgeel. Snavel smal, donker met een lichte basis. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De boselenia Myiopagis gaimardii (alleen in Panama) heeft twee duidelijke gele vleugelstrepen. De geelgroene vireo Vireo flavoviridis en de roodoogvireo Vireo olivaceus hebben een dikkere snavel en een duidelijke wenkbrauwstreep, en de roodoogvireo een rode iris. Breedbektirannen (Tolmomyias) hebben een brede, platte snavel en duidelijke vleugelstrepen. De geelbuikelenia Elaenia flavogaster is groter, met een kuif en witachtige vleugelstrepen.

Leefgebied

Kronen en middelste lagen van droogbos, halfgroenblijvend bos, galerijbos en oeverbos, ook randen van vochtig laaglandbos, oud secundair bos en plantages met schaduwbomen; vooral in het laagland en de voetheuvels. Zoekt tussen het gebladerte naar insecten en eet ook kleine vruchten.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied in Mexico aan de Pacifische en de Caribische kant, inclusief het schiereiland Yucatán, en verder door Midden-Amerika tot Panama; in Costa Rica en Panama vooral aan de Pacifische kant. Buiten het gidsgebied in een groot deel van Zuid-Amerika tot in het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het ijle geluid uit de kroon van droogbos is de beste aanwijzing. Een vogel die zich laat zien, valt op door de combinatie van een grijze kop en vleugels zonder duidelijke vleugelstrepen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wijdverbreid en vrij algemeen, maar door zijn onopvallende leefwijze in de kronen weinig opgemerkt. Of de noordelijkste populaties deels wegtrekken, is niet goed bekend.

Wetenschappelijke naam

Myiopagis viridicata | (Vieillot, 1817)

Vieillot beschreef de soort in 1817 als Sylvia viridicata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Myiopagis werd in 1888 ingevoerd door Salvin & Godman. Myiopagis is Grieks, van muia 'vlieg' en pagis 'val, strik': 'vliegenval'. viridicata is Latijn voor 'groenachtig' (viridicatus), naar het olijfgroene verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay.