Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Grijswangdwerglijster
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Grijswangdwerglijster | Catharus minimus
Gray-cheeked Thrush | Zorzalito carigrís
De grijswangdwerglijster is een grijsbruine Catharus-lijster met een gevlekte borst die broedt in de noordelijke bossen en struwelen van Noord-Amerika en het uiterste noordoosten van Siberië. Hij overwintert in het noorden van Zuid-Amerika en trekt in voor- en najaar door het gidsgebied, waar hij schaars is en vooral aan de Caribische kant wordt gezien.
Geluid
Tijdens de trek meestal stil. De roep is een nasaal, dalend vie-er; 's nachts is de vluchtroep van overtrekkende vogels te horen, een hoog, schel kwie-er. De zang, die in het gidsgebied zelden klinkt, is een dunne, nasale reeks fluittonen die spiraalsgewijs in toonhoogte daalt.
Opname: Seth Beaudreault (Toolik Field Station) — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
16–18 cm. Bovendelen egaal koel olijfgrijs tot grijsbruin, zonder roodbruine tinten op vleugels of staart. Wangen grijs, met hooguit een vage, smalle grijze oogring; een okergele bril ontbreekt. Keel en borst wit met een lichte gelige zweem en duidelijke donkere, driehoekige vlekken, flanken grijs, buik wit. Snavel donker met een lichte basis van de ondersnavel. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De dwerglijster Catharus ustulatus, die in veel grotere aantallen door het gidsgebied trekt, heeft een duidelijke okergele bril en een okergele zweem op wangen en borst. De veery Catharus fuscescens is warmer roodbruin van boven en heeft vagere, roestbruine borstvlekken. De heremietlijster Catharus guttatus heeft een roodbruine staart die afsteekt tegen de rug en een witte oogring. De amerikaanse boslijster Hylocichla mustelina is groter, heeft een roestbruine kop en grote ronde zwarte vlekken tot op de buik.
Leefgebied
Tijdens de trek in de ondergroei en de onderste lagen van vochtig laaglandbos, secundair bos, bosranden en struwelen langs de kust, en in beboste tuinen en parken; vooral in de laaglanden en voetheuvels. Zoekt op de grond en laag in de struiken naar insecten en eet onderweg ook veel bessen en andere vruchten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Broedt van het noordoosten van Siberië en Alaska door Canada tot Newfoundland en het noordoosten van de Verenigde Staten. Overwintert in het noorden van Zuid-Amerika, vooral in Colombia, Venezuela en het noordwesten van Brazilië. In het gidsgebied een doortrekker, vooral langs de Golfkust en het schiereiland Yucatán, in Belize en aan de Caribische kant van Midden-Amerika tot Panama; aan de Pacifische kant en in het binnenland van Mexico schaars.
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het best te vinden tijdens trekpieken in kustbos en struweel aan de Caribische kant, vroeg in de ochtend na een nacht met veel trek. Tussen groepjes doortrekkende dwerglijsters loont het om elke vogel op de kleur van wangen en oogring te controleren.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Wijdverbreid in het noorden van Noord-Amerika; in het gidsgebied een schaarse doortrekker. Aanvaringen met gebouwen tijdens de nachtelijke trek en het verdwijnen van bos in het overwinteringsgebied vormen de belangrijkste knelpunten.
Wetenschappelijke naam
Catharus minimus | (de Lafresnaye, 1848)
De Lafresnaye beschreef de soort in 1848 als Turdus minimus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Catharus werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Catharus komt van het Griekse katharos 'zuiver, schoon'; de naam doelde op het gave verenkleed van de oranjesnavelnachtegaallijster. minimus is Latijn voor 'kleinste'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bogotá in Colombia.



