Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Goudvoorhoofdspecht

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves › Neushoornvogels, ijsvogels en spechten Picocoraciae › IJsvogels, bijeneters en spechten Picodynastornithes

Goudvoorhoofdspecht | Melanerpes aurifrons

Golden-fronted Woodpecker | Carpintero cheje

De goudvoorhoofdspecht is de meest verbreide Melanerpes-specht van Mexico en het noorden van Midden-Amerika. Het verenkleed varieert sterk: noordelijke vogels hebben een geeloranje nek, zuidelijke meer rood op kop en buik. Hij is algemeen in halfopen terrein, droog bos, plantages en dorpen.

Goudvoorhoofdspecht (Melanerpes aurifrons)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, schor en rollend kirrr of tsjurr, vaak vanaf een paal of dode tak, en een hard, droog tik-tik in korte reeksen. Trommelt kort en vrij traag, ook op houten palen en masten.

Luister: RoepXC1072380

Opname: Angel Castillo Cime — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

22–27 cm. Rug fijn tot vrij breed zwart-wit gebandeerd, stuit wit, middelste staartveren zwart. Kop en onderdelen lichtgrijs tot vaal, midden op de buik een gele tot rode vlek. Gele neusveertjes boven de snavel. Noordelijke vogels hebben een geeloranje nek; bij het mannetje is de rode kruinvlek door grijs van de nek gescheiden en heeft het vrouwtje een grijze kruin. Zuidelijke vormen, vanaf het zuiden van Mexico, hebben een rode nek, en bij het mannetje loopt het rood van kruin tot nek door. Ondersoorten op eilanden voor de kust van Yucatán en Honduras wijken onderling af.

Verwarrings­soorten

De gilaspecht Melanerpes uropygialis heeft een effen grijsbruine kop zonder geel of oranje en gebandeerde middelste staartveren. De yucatánspecht Melanerpes pygmaeus is duidelijk kleiner, met een korte snavel en meer geel rond de snavelbasis. De hoffmanns specht Melanerpes hoffmannii (vanaf het zuiden van Honduras) is kleiner, met een gele nek en een gele buikvlek; in de overgangszone komen mengvormen voor. De goudwangspecht Melanerpes chrysogenys heeft een zwarte vlek rond het oog. De ladderspecht Dryobates scalaris is veel kleiner, met een zwart-wit gestreept gezicht.

Leefgebied

Droog en seizoensgebonden bos, doornstruweel, bosranden, galerijbos, weiland met verspreide bomen, plantages, parken en dorpen, van zeeniveau tot ongeveer 2500 m. Eet insecten, vruchten, zaden en noten. Hakt de nestholte in een boom, palm of paal.

Verspreiding en trek

Van de grens met Texas over het noordoosten en het midden van Mexico (tot Jalisco, San Luis Potosí en Hidalgo), langs de Golfkust, over het schiereiland Yucatán en door Chiapas, Guatemala, Belize, El Salvador en Honduras tot het noorden van Nicaragua; ook op eilanden voor de kust van Yucatán en Honduras. Buiten het gidsgebied in Texas en het zuidwesten van Oklahoma. De zuidelijke vormen worden soms als afzonderlijke soort beschouwd.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Tikal, bij Chichén Itzá en rond Copán, en in Belize in tuinen en langs wegen. Zit vaak opvallend op dode takken en palen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen en goed aangepast aan door mensen gevormd landschap.

Wetenschappelijke naam

Melanerpes aurifrons | (Wagler, 1829)

Wagler beschreef de soort in 1829 als Picus Aurifrons; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melanerpes werd in 1832 ingevoerd door Swainson. Melanerpes is Grieks, van melas 'zwart' en herpēs 'kruiper': 'zwarte kruiper'. aurifrons is Latijn, van aurum 'goud' en frons 'voorhoofd', naar de gele vlek boven de snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Hidalgo, Mexico.