Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Gouden grondspecht

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves › Neushoornvogels, ijsvogels en spechten Picocoraciae › IJsvogels, bijeneters en spechten Picodynastornithes

Gouden grondspecht | Colaptes auratus

Northern Flicker | Carpintero de pechera

De gouden grondspecht is een grote, bruine specht met een witte stuit die veel op de grond naar mieren zoekt. In het gidsgebied broedt de roodschachtvorm in de bergen van Mexico, zuidwaarts tot Oaxaca; in de winter komen er vogels uit Noord-Amerika bij. Ten zuiden van de landengte van Tehuantepec wordt hij vervangen door de guatemalagrondspecht.

Gouden grondspecht (Colaptes auratus)
Foto: Cephas — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lange, snelle, dragende reeks wik-wik-wik-wik, een enkel, luid kliew en bij ontmoetingen een zacht, herhaald wieka-wieka. Trommelt minder hard en minder lang dan de meeste andere spechten.

Luister: RoepXC1148146

Opname: Don Profota — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

28–31 cm. Bruin met zwarte bandering op de rug, een zwarte halvemaan op de borst en een lichte, zwart gevlekte onderkant; in vlucht een witte stuit. Bij de vogels die in Mexico broeden zijn de onderkant van vleugels en staart zalmrood, het gezicht grijs en de kruin bruin; het mannetje heeft een rode baardstreep, het vrouwtje geen. 's Winters komen in het noorden van Mexico enkele vogels van de geelschachtvorm voor, met gele schachten, een grijze kruin, een bruin gezicht, een rode nekvlek en bij het mannetje een zwarte baardstreep. Tussenvormen komen voor.

Verwarrings­soorten

De geelvleugelgrondspecht Colaptes chrysoides (Sonora en Baja California) heeft gele vleugel- en staartschachten, een kaneelbruine kruin, meer zwart onder de staart en leeft in cactuswoestijn. De guatemalagrondspecht Colaptes mexicanoides (Chiapas en zuidelijker) heeft een roodbruine kruin en een dichter gebandeerde rug. De gilaspecht Melanerpes uropygialis heeft een zwart-wit gestreepte rug en geen zwarte borstband.

Leefgebied

Open pijn-eiken-, dennen- en sparrenbos in de bergen, vooral tussen ongeveer 1500 en 3500 m, bosranden, open plekken en bergweiden met verspreide bomen, en parken en tuinen in steden op de hoogvlakte. Foerageert veel op de grond. In de winter ook in lager gelegen open land, halfwoestijn en oeverbos in het noorden van Mexico.

Verspreiding en trek

Broedt in de bergen van Baja California (Sierra de Juárez en Sierra de San Pedro Mártir), in de Sierra Madre Occidental en de Sierra Madre Oriental, de bergen van de centrale hoogvlakte en de Transmexicaanse Vulkanengordel, zuidwaarts tot in de Sierra Madre del Sur van Guerrero en Oaxaca. In de winter ook verspreid in lager gelegen delen van het noorden van Mexico. Buiten het gidsgebied in Noord-Amerika tot Alaska.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Goed te vinden in de dennenbossen van de Sierra de San Pedro Mártir in Baja California en in de bossen aan de rand van Mexico-Stad, zoals in het Desierto de los Leones. De witte stuit valt in de opvliegende vlucht direct op.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In de bergbossen van Mexico plaatselijk algemeen; gebruikt ook parken en tuinen met oude bomen.

Wetenschappelijke naam

Colaptes auratus | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Cuculus auratus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Colaptes werd in 1825 ingevoerd door Vigors. Colaptes is Grieks kolaptēs 'beitelaar', van kolaptō 'hakken, beitelen', naar het hakken in hout. auratus is Latijn voor 'verguld', naar de goudgele onderkant van vleugels en staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit South Carolina.