Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Geelkoptroepiaal

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Geelkoptroepiaal | Xanthocephalus xanthocephalus

Yellow-headed Blackbird | Tordo cabeza amarilla

De geelkoptroepiaal is een forse troepiaal van moerassen met riet en lisdodde. Hij broedt in het westen en midden van Noord-Amerika en trekt in de winter in grote groepen naar het noorden en midden van Mexico, waar hij vaak samen met andere troepialen op akkers en in veeteeltgebieden foerageert.

Geelkoptroepiaal (Xanthocephalus xanthocephalus)
Foto: USFWS Mountain-Prairie — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een schor, krassend geluid, als het piepen van een roestig scharnier, voorafgegaan door enkele korte klikjes. De roep is een laag, droog kruk of tsjek. Groepen in de winter geven een voortdurend gekwetter.

Luister: VluchtroepXC900786

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

21–26 cm. Het mannetje is veel groter dan het vrouwtje. Mannetje zwart met een gele kop en borst, een zwart masker rond het oog en een witte vlek op de vleugel die vooral in vlucht te zien is. Vrouwtje en jonge vogels bruin, met een geelachtige keel, borst en wenkbrauwstreep en wat witte streepjes op de onderborst; de vleugelvlek ontbreekt. In de winter zijn de kleuren van het mannetje wat doffer.

Verwarrings­soorten

Een volwassen mannetje is door de gele kop niet met andere soorten in het gidsgebied te verwarren. Het vrouwtje van de epauletspreeuw Agelaius phoeniceus is kleiner, over de hele onderzijde dicht bruin gestreept en mist de gele keel en borst. De geelkaakweidespreeuw Sturnella neglecta heeft ook geel aan keel en borst, maar met een zwarte V op de borst en een gestreepte, bruine bovenzijde.

Leefgebied

Broedt in zoetwatermoerassen met riet, lisdodde of biezen. In de winter op akkers, stoppelvelden, weilanden, rond veestallen en voederplaatsen en langs de oevers van meren en stuwmeren; slaapt in rietvelden. Eet zaden en graan, in het broedseizoen vooral insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Broedt van het westen van Canada en de Verenigde Staten tot in het uiterste noorden van Mexico, waar de soort zeer plaatselijk in het noordoosten van Baja California en in Chihuahua is vastgesteld. Overwintert in het zuidwesten van de Verenigde Staten en in Mexico, zuidelijk tot in het centrale hoogland rond Jalisco, Michoacán en Puebla; zeldzaam verder zuidelijk.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter het best te vinden bij grote groepen troepialen op akkers en rond veebedrijven in het noorden en midden van Mexico; de gele koppen van de mannetjes zijn in zulke gemengde groepen van ver te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Wijdverbreid en talrijk. Het verdwijnen van moerassen in het broedgebied en vergiftiging bij het bestrijden van vogels in akkerbouwgebieden zijn plaatselijke knelpunten.

Wetenschappelijke naam

Xanthocephalus xanthocephalus | (Bonaparte, 1826)

Bonaparte beschreef de soort in 1826 als Icterus xanthocephalus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Xanthocephalus werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Xanthocephalus is Grieks, van xanthos 'geel' en kephalē 'kop': 'geelkop'. xanthocephalus is Grieks, van xanthos 'geel' en kephalē 'kop', naar de gele kop en borst van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Loup River bij Fullerton, Nebraska (VS).