Alle soorten › Steltloperachtigen › Alken › Cassins alk
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae
Cassins alk | Ptychoramphus aleuticus
Cassin's Auklet | Alcuela oscura
De cassins alk is een kleine, egaal grijze alk van de koude wateren voor de westkust van Noord-Amerika. In het gidsgebied broedt hij op de eilanden voor de Pacifische kust van Baja California, waar hij overdag op zee zit en alleen 's nachts zijn hol in de bodem bezoekt. In de vlucht oogt hij als een grijs balletje met snel zoemende vleugels.
Geluid
Op zee stil. Bij de kolonie 's nachts een hese, krassende reeks krr-iek-roepen uit de holen, die over het hele eiland te horen is.
Opname: Matthew L. Brady — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
20–23 cm, klein en rond, met een bolle kop, een zeer korte hals, korte, stompe vleugels en een korte staart. Donker grijsbruin van boven, iets lichter grijs op keel, borst en flanken, met een witte buik en onderstaartdekveren. Het oog is bij volwassen vogels lichtgeel tot wit, met een klein wit sikkeltje erboven; de korte, kegelvormige snavel is donker met een lichte vlek aan de basis van de ondersnavel. Op de ondervleugel een smalle lichte streep. Het kleed verandert door het jaar nauwelijks. Jonge vogels hebben een donker oog en een lichtere keel.
Verwarringssoorten
De neushoornalk Cerorhinca monocerata is veel groter, met een zware, oranjegele snavel. De craveri's alk Synthliboramphus craveri, de xantus' alk Synthliboramphus hypoleucus en de scripps' alk Synthliboramphus scrippsi zijn scherp zwart-wit getekend, met een dunne, spitse snavel en een donker oog. Op afstand helpt de vlucht: de cassins alk vliegt laag, recht en zoemend, en duikt vaak liever weg dan op te vliegen.
Leefgebied
Broedt op eilanden zonder ingevoerde roofdieren, in zelfgegraven holen of in spleten tussen rotsen. Zoekt voedsel op zee boven de rand van het continentaal plat en in koele opwellingszones, waar het duikend naar krill en andere kleine kreeftachtigen jaagt.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied broedvogel op eilanden voor de Pacifische kust van Baja California, onder meer de Coronado-eilanden, Todos Santos, San Martín, San Jerónimo, de San Benito-eilanden en Isla Guadalupe, en daar het hele jaar op zee aanwezig; 's winters ook verder zuidwaarts voor de kust van Baja California Sur. Buiten het gidsgebied broedt de soort langs de westkust van Noord-Amerika, van de Aleoeten en Zuid-Alaska via Brits-Columbia tot Californië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Pelagische tochten naar de Coronado-eilanden of Todos Santos geven de beste kans: kleine grijze vogels die vlak voor de boot opvliegen en laag over het water wegzoemen.
Staat van instandhouding
Gevoelig. De soort is op veel plaatsen afgenomen. Perioden met warm zeewater, waarin krill schaars wordt, leiden tot massale sterfte; daarnaast vormen ingevoerde ratten en katten op broedeilanden, olie en verdrinking in netten een bedreiging. Op verschillende Mexicaanse eilanden zijn ingevoerde roofdieren verwijderd.
Wetenschappelijke naam
Ptychoramphus aleuticus | (Pallas, 1811)
Pallas beschreef de soort in 1811 als Uria Aleutica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ptychoramphus werd in 1837 ingevoerd door Brandt. Ptychoramphus is Grieks, van ptux, ptukhos 'plooi' en rhamphos 'snavel', naar de geplooide snavel. aleuticus verwijst naar de Aleoeten, de eilandenboog tussen Alaska en Kamtsjatka. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de noordelijke Grote Oceaan (niet nader bepaald).


