Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Bullocks troepiaal

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Bullocks troepiaal | Icterus bullockiorum

Bullock's Oriole | Bolsero de Bullock

De Bullocks troepiaal is de westelijke tegenhanger van de Baltimoretroepiaal. Hij broedt in het westen van Noord-Amerika, inclusief het noorden van Mexico, en overwintert vooral in het westen en midden van Mexico. Samen met de Baltimoretroepiaal en de zwartrugtroepiaal werd hij vroeger als één soort beschouwd; waar Bullocks troepiaal en Baltimoretroepiaal elkaar in de Great Plains raken, komen hybriden voor.

Bullocks troepiaal (Icterus bullockiorum)
Foto: Kevin Cole from Pacific Coast, USA (en:User:Kevinlcole) — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een korte, onregelmatige reeks fluittonen en ratelende noten, minder vloeiend en minder melodieus dan die van de Baltimoretroepiaal. De roep is een droge ratel, daarnaast een kort, scherp tsjek.

Luister: ZangXC1038999

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

17–19 cm. Middelgrote troepiaal met een rechte, spitse snavel. Het mannetje is oranje met een zwarte kruin, nek en rug, een zwarte oogstreep en een smalle zwarte keelvlek; wenkbrauwstreep en wangen zijn oranje. Op de zwarte vleugel ligt een grote witte vlek op de vleugeldekveren; de staart heeft oranje zijkanten en een zwart midden en zwarte punt. Het vrouwtje is grijsachtig op de rug, met een geelachtige kop en borst en een licht grijswitte buik; ze heeft twee witte vleugelstrepen. Jonge mannetjes lijken op het vrouwtje, maar hebben een zwarte keelvlek en zwart tussen oog en snavel.

Verwarrings­soorten

De Baltimoretroepiaal Icterus galbula heeft bij het mannetje een geheel zwarte kop zonder oranje wang en wenkbrauwstreep en slechts een witte vleugelstreep; het vrouwtje is meestal oranjer op borst en buik en heeft geen grijze buik. De zwartrugtroepiaal Icterus abeillei van het Mexicaanse hoogland heeft bij het mannetje een vrijwel geheel zwarte kop en zwarte flanken. De maskertroepiaal Icterus cucullatus heeft een dunnere, licht gebogen snavel, een oranje of gele kruin en twee smalle vleugelstrepen in plaats van een grote witte vlek. De vlekrugtroepiaal Icterus pustulatus heeft een gestreepte rug.

Leefgebied

Broedt in open bos langs rivieren, vooral met populieren en wilgen, in eikenbos en in parken en boomgaarden in droge streken. In de winter in droogbos, bosranden, open landschap met verspreide bomen en tuinen, vaak bij bloeiende bomen waar hij nectar drinkt. Eet verder insecten, rupsen en vruchten. Het nest is een hangende buidel aan het eind van een tak.

Verspreiding en trek

Broedt van het zuidwesten van Canada door het westen van de Verenigde Staten tot in het noorden van Mexico, in het gidsgebied vooral in Baja California, Sonora, Chihuahua, Coahuila, Durango en Nuevo León. Overwintert in het westen en midden van Mexico, van Sinaloa en Durango tot Guerrero, Oaxaca en Puebla; in kleine aantallen verder zuidelijk tot Guatemala en zeldzaam tot in Costa Rica.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter vaak te vinden in bloeiende bomen in droogbos en dorpen langs de Pacifische kant van Mexico, waar ook andere troepialen nectar komen drinken; let bij vrouwtjes op de grijze buik.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Wijdverbreid en algemeen in het westen van Noord-Amerika. Het verdwijnen van oeverbos in droge streken is plaatselijk een knelpunt.

Wetenschappelijke naam

Icterus bullockiorum | (Swainson, 1827)

Swainson beschreef de soort in 1827 als Xanthornus Bullockii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Icterus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Icterus komt van het Griekse ikteros, een gele vogel — doorgaans opgevat als de wielewaal — waarvan de aanblik geelzucht zou genezen. bullockiorum eert 'de Bullocks': de Engelse natuuronderzoeker en tentoonstellingsmaker William Bullock (ca. 1773–1849) en zijn zoon William (ca. 1796–ca. 1827), die in Mexico verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Temascaltepec, Mexicaanse hoogvlakte.