Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Gierzwaluwen › Bruinkraaggierzwaluw
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores
Bruinkraaggierzwaluw | Streptoprocne rutila
Chestnut-collared Swift | Vencejo cuello castaño
De bruinkraaggierzwaluw is een middelgrote, donkere gierzwaluw van de bergen en heuvels van Mexico en Midden-Amerika. Kleine en grotere groepen jagen boven beboste hellingen en valleien, vaak samen met witkraaggierzwaluwen en kleinere gierzwaluwen. Volwassen mannetjes zijn bij goed licht te herkennen aan de roodbruine halsband; veel andere vogels lijken van ver egaal zwartbruin.
Geluid
Zoemende, krakende roepen die doen denken aan het knetteren van statische elektriciteit, vaak aaneengeregen tot een snel gekwetter: bzzz-tzz-tzz-tzz. Groepen roepen veel, vooral bij de slaap- en broedplaatsen.
Opname: Mitch Lysinger — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
12–14 cm, donker roetbruin, met vrij brede, sikkelvormige vleugels en een korte, recht afgesneden of licht ingekeepte staart zonder uitstekende stekels. Het mannetje heeft een brede roodbruine band over keel en bovenborst die rond de hals doorloopt tot in de nek. Bij het vrouwtje is de band smaller, onvolledig of afwezig. Jonge vogels missen de kraag vrijwel geheel en hebben lichte randjes aan de veren. In slecht licht of tegen de lucht valt de kraag weg.
Verwarringssoorten
De witkraaggierzwaluw Streptoprocne zonaris is veel groter en heeft een witte halsband. De zwarte gierzwaluw Cypseloides niger is groter, met langere, smallere vleugels en een langere staart. De witkingierzwaluw Cypseloides cryptus en de diadeemgierzwaluw Cypseloides cherriei zijn even groot en egaal donker, maar hebben nooit een roodbruine kraag; vrouwtjes en jongen zonder kraag zijn er in het veld vaak niet van te onderscheiden. Gierzwaluwen van het geslacht Chaetura, zoals de vaux' gierzwaluw Chaetura vauxi, zijn kleiner, met een lichtere keel of stuit en snellere, fladderende vleugelslagen.
Leefgebied
Jaagt boven bergbos, nevelwoud, pijn-eikenbos en heuvelbos, en boven valleien, rivierdalen en open plekken aan de bosrand; vooral tussen ongeveer 500 en 2500 m, bij slecht weer ook lager. Eet vliegende insecten. Broedt op richels en in nissen van vochtige, schaduwrijke rotswanden bij water, in kloven, naast of achter watervallen en soms in duikers of onder bruggen. Het nest is een kom van mos, varens en levermos met modder.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In Mexico aan de Pacifische kant van het zuidwesten van Chihuahua, Durango en Sinaloa zuidelijk via Nayarit, Jalisco, Michoacán en Guerrero tot Oaxaca, en aan de Golfkant van Hidalgo en Puebla via Veracruz tot Chiapas; ook in het centrale hoogland rond Morelos en Mexico-Stad. Verder in de bergen van Guatemala, Belize (Maya Mountains), El Salvador, Honduras, het noorden van Nicaragua, Costa Rica en Panama, daar vooral in Chiriquí, Bocas del Toro en Veraguas en plaatselijk oostelijk tot Darién. Buiten het gidsgebied in de Andes en de kustgebergten van Venezuela tot Bolivia, en op Trinidad.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Groepen gierzwaluwen boven bergdalen goed doorkijken, bijvoorbeeld in de Centrale Vallei en de Talamanca van Costa Rica, in de hooglanden van Chiapas en Guatemala of in Chiriquí. Bij goed licht en van opzij is de roodbruine kraag van mannetjes te zien. Bij watervallen en kloven komen de vogels in de avond binnen om te slapen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied en is in het gidsgebied plaatselijk algemeen. Verstoring van broedplaatsen bij watervallen en in kloven is een mogelijk lokaal risico.
Wetenschappelijke naam
Streptoprocne rutila | (Vieillot, 1817)
Vieillot beschreef de soort in 1817 als Hirundo rutila; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Streptoprocne werd in 1906 ingevoerd door Oberholser. Streptoprocne is Grieks, van streptos 'halsband' en Procne, de in een zwaluw veranderde figuur uit de Griekse mythe, naar de gekleurde halsband. rutila is Latijn voor 'roodachtig, goudrood', naar de roodbruine halsband. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Guyana's (niet nader bepaald).





