Alle soorten › Zangvogels › Mierpitta's › Brilmierpitta

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Brilmierpitta | Hylopezus perspicillatus

Streak-chested Antpitta | Tororoí pechilistado

De brilmierpitta is een mierpitta van de bodem van vochtig laaglandbos, met een opvallende lichte oogring en een sterk gestreepte borst. Hij loopt met lange poten over de strooisellaag en is veel vaker te horen dan te zien. In het gidsgebied leeft hij van Honduras tot Panama.

Brilmierpitta (Hylopezus perspicillatus)
Foto: Don Faulkner — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een reeks van zes tot tien heldere, weemoedige fluittonen die eerst iets stijgen en daarna dalen, met de laatste tonen trager. Zingt vanaf een lage tak of een omgevallen stam.

Luister: ZangXC1076227

Opname: Sue Riffe — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm, met een zeer korte staart en lange poten. Kruin en nek grijs, rug olijfbruin. Een brede okerbeige oogring en teugel geven het gezicht een 'bril'. Vleugeldekveren met okerbeige vlekjes. Onderzijde wit, borst okerbeige aangeslagen en dicht gestreept met zwart. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De oranjeflankmierpitta Myrmothera dives heeft geen lichte bril, geen vlekken op de vleugel en een vrijwel ongestreepte, okeroranje borst en flanken; hij leeft in dichte ruigte. De zwartkruinmierpitta Pittasoma michleri is groter, met een zwarte kruin, roodbruine wangen en zwart-wit geschubde onderdelen. Mierlijsters van het geslacht Formicarius lopen met een opgerichte staart en hebben een ongestreepte onderzijde.

Leefgebied

Bodem en onderlaag van vochtig, altijdgroen laaglandbos en voetheuvelbos, ook oud secundair bos, meestal beneden ongeveer 1200 m. Loopt in korte sprongetjes over de strooisellaag en zoekt daar insecten en andere ongewervelde dieren; wiebelt daarbij soms met het lichaam heen en weer.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische kant van Honduras en Nicaragua, Costa Rica (Caribische kant en het zuidwesten) en Panama. Buiten het gidsgebied in het westen van Colombia en het noordwesten van Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Wordt meestal via de zang gevonden: volg het geluid langzaam en zoek dan de bodem en de lage takken af. Een zingende vogel blijft soms lang op dezelfde plek zitten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Plaatselijk vrij algemeen, maar gevoelig voor het verdwijnen en versnipperen van laaglandbos.

Wetenschappelijke naam

Hylopezus perspicillatus | (Lawrence, 1861)

Lawrence beschreef de soort in 1861 als Grallaria perspicillata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Hylopezus werd in 1909 ingevoerd door Ridgway. Hylopezus is Grieks, van hulē 'bos' en pezos 'te voet lopend', naar het leven op de bosbodem. perspicillatus is nieuw-Latijn voor 'met een bril', naar de opvallende okergele oogring. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Landengte van Panama.