Alle soorten › Scharrelaarachtigen › Motmots › Blauwkruinmotmot

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves › Neushoornvogels, ijsvogels en spechten Picocoraciae › IJsvogels, bijeneters en spechten Picodynastornithes

Blauwkruinmotmot | Momotus coeruliceps

Blue-capped Motmot | Momoto corona azul

De blauwkruinmotmot is een grote motmot van het noordoosten van Mexico en de noordelijkste van de vier Momotus-soorten in het gidsgebied. Hij werd lang samen met lessons motmot, de Caribische motmot en enkele Zuid-Amerikaanse vormen als één soort beschouwd, Momotus momota, die toen ook blauwkruinmotmot heette. Na de recente opsplitsing hoort de naam alleen nog bij deze Mexicaanse soort, de enige met een geheel blauwe kruin.

Blauwkruinmotmot (Momotus coeruliceps)
Foto: Christian Verde — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een laag, hol en uilachtig hoe-hoep, meestal tweelettergrepig en vooral in de schemering te horen; paren roepen soms om beurten.

Luister: RoepXC1183223

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

38–41 cm, waarvan ongeveer de helft staart. De hele kruin is turquoise tot hemelsblauw, zonder zwart midden, met een iets violetter blauwe achterrand. Een zwart masker loopt door het oog. Rug, vleugels en staart zijn groen tot blauwgroen; de onderdelen zijn olijfgroen met een roestbruine tint, met op de borst een kleine zwarte, blauw omrande vlek. De twee middelste staartpennen eindigen in een blauwe, zwart getopte vlag aan een kaal stuk schacht. Het oog is rood. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Lessons motmot Momotus lessonii, die ten zuiden van het gebied van de blauwkruinmotmot in Veracruz voorkomt, heeft een zwarte kruin met alleen een blauwe ring eromheen. De bruinkapmotmot Momotus mexicanus (Pacifische kant en binnenland) is kleiner en heeft een roestbruine kruin. De wenkbrauwmotmot Eumomota superciliosa heeft een groene kruin met een brede turquoise wenkbrauwstreep en een lang kaal stuk in de staart, en komt niet zo ver noordelijk voor.

Leefgebied

Vochtig en halfbladverliezend voetheuvelbos, galerijbos en oeverbos, ook in de lagere delen van nevelwoud, in secundair bos, bosranden, schaduwkoffie en begroeide ravijnen; van het laagland tot ongeveer 1500 m. Zit lang stil in de schaduw van de onderste en middelste laag en wipt daarbij met de staart. Eet grote insecten, kleine gewervelde dieren en vruchten. Broedt in een zelfgegraven tunnel in een oever of wegberm.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het noordoosten van Mexico: aan de Golfkant en in de uitlopers van de Sierra Madre Oriental van Nuevo León en Tamaulipas over San Luis Potosí, het oosten van Querétaro en Hidalgo en het noorden van Puebla tot in Veracruz. Verder zuidelijk in Veracruz wordt hij vervangen door lessons motmot. Buiten het gidsgebied niet aanwezig.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het biosfeerreservaat El Cielo bij Gómez Farías in Tamaulipas en in de Huasteca Potosina in San Luis Potosí. De vogel zit vaak lang onbeweeglijk; de lage hoe-hoep-roep in de schemering verraadt hem eerder.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Het verspreidingsgebied is klein, maar de soort is er plaatselijk algemeen en komt ook voor in koffieplantages en secundair bos.

Wetenschappelijke naam

Momotus coeruliceps | (Gould, 1836)

Gould beschreef de soort in 1836 als Prionites coeruliceps; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Momotus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Momotus komt van 'momot', een verbastering (Nieremberg, 1635) van een klanknabootsend Nahuatl-woord (Azteeks) voor een tropische vogel met een blauwe kap. coeruliceps is Latijn, van caeruleus 'hemelsblauw' en -ceps '-koppig', naar de geheel blauwe kruin. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tamaulipas, Mexico.