Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Blauwe zwartkeelzanger
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Blauwe zwartkeelzanger | Setophaga caerulescens
Black-throated Blue Warbler | Chipe azulnegro
De blauwe zwartkeelzanger is een zanger uit het oosten van Noord-Amerika die vrijwel geheel in het Caribisch gebied overwintert. In het gidsgebied is hij schaars, vooral op het schiereiland Yucatán, de eilanden voor de kust en in Belize. Mannetjes en vrouwtjes verschillen sterk van elkaar, maar beide hebben meestal een klein wit vlekje aan de basis van de handpennen.
Geluid
De zang is een trage reeks zoemende tonen, die aan het eind stijgt, ongeveer zwie-zwie-zwieee; in het gidsgebied vooral in het voorjaar te horen. De roep is een dof, kort tsjek.
Opname: Jeff Stewart — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
12–14 cm. Het mannetje is van boven donker grijsblauw, met een zwart gezicht, zwarte keel en zwarte flanken; de rest van de onderzijde is helderwit. Op de gesloten vleugel een wit vierkant vlekje aan de basis van de handpennen. Het vrouwtje is van boven egaal bruinig olijf en van onderen vaal beige, met een smalle lichte wenkbrauwstreep, een donkere wang en meestal een klein wit vleugelvlekje, dat bij jonge vrouwtjes klein of afwezig kan zijn. Geen vleugelstrepen.
Verwarringssoorten
De grijze zwartkeelzanger Setophaga nigrescens heeft een zwart-wit gestreepte kop, witte vleugelstrepen en een gele vlek voor het oog, en overwintert vooral in het westen en midden van Mexico. Het mannetje van de azuurzanger Setophaga cerulea is lichter hemelsblauw, heeft witte vleugelstrepen en een witte keel met een smalle donkere borstband. Het vrouwtje lijkt op een vireo of een vrouwtje tennesseezanger Leiothlypis peregrina, maar heeft een donkerdere wang en meestal het witte vleugelvlekje.
Leefgebied
In de winter het binnenste en de randen van droog en vochtig laaglandbos, struweel en mangroven, vooral dicht bij de kust. Zoekt in de lagere en middelste lagen naar insecten en eet ook vruchten en nectar.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Broedt in het zuidoosten van Canada, het noordoosten van de Verenigde Staten en het Appalachengebergte. Overwintert vooral op de Grote Antillen en de Bahama's. In het gidsgebied schaars op het schiereiland Yucatán, met name in Quintana Roo en op Cozumel, en in Belize; elders in Mexico en Midden-Amerika zeldzaam als doortrekker of wintergast.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De meeste waarnemingen in het gidsgebied komen van Cozumel en de kust van Quintana Roo, vooral in de trektijd in oktober en april.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). De broedpopulatie is stabiel tot toenemend. In het gidsgebied komt slechts een klein deel van de wereldpopulatie voor.
Wetenschappelijke naam
Setophaga caerulescens | (Gmelin, 1789)
Gmelin beschreef de soort in 1789 als Motacilla caerulescens; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Setophaga werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Setophaga is Grieks, van sēs, sētos 'mot' en -phagos 'etend': 'motteneter'. caerulescens is Latijn voor 'blauwachtig', naar de blauwe bovendelen van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Hispaniola.



