Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Blauwe grondduif

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Duiven, toerako's en verwanten Columbaves › Duiven en zandhoenders Columbimorphae

Blauwe grondduif | Claravis pretiosa

Blue Ground Dove | Tórtola azul

De blauwe grondduif is een kleine duif van bosranden en open plekken in het vochtige laagland, van het zuiden van Mexico tot Panama. Mannetje en vrouwtje verschillen zo sterk dat ze voor twee soorten kunnen doorgaan: het mannetje is vrijwel geheel blauwgrijs, het vrouwtje warm bruin. Anders dan de meeste kleine grondduiven roept het mannetje vaak hoog vanuit een boom.

Blauwe grondduif (Claravis pretiosa)
Foto: Maria Janeiro — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje roept vanuit de boomkruinen een luid, enkelvoudig boep, dat met regelmatige tussenpozen wordt herhaald en ver draagt. De roepende vogel zit vaak hoog en verscholen. Bij het opvliegen klapperen de vleugels hoorbaar.

Luister: ZangXC925780

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

19–21 cm, slanker en met een langere staart dan de steenduif. Het mannetje is van boven egaal blauwgrijs en van onder lichter grijs, naar het gezicht toe bijna wit. Op de vleugel staan enkele grote zwarte vlekken en balkjes, en de buitenste staartpennen zijn zwart, wat bij het opvliegen opvalt. Het vrouwtje is grijsbruin tot warm bruin op kop, hals en borst, met kastanjebruine vlekken op de vleugel, een roodbruine stuit en staart en een lichtere buik. Jonge vogels lijken op het vrouwtje, maar zijn doffer en hebben lichte randen aan de veren van de bovendelen.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de purperborstgrondduif Paraclaravis mondetoura is donkerder leigrijs, met een kastanjepaarse borst, paarse vleugelbanden en witte staarthoeken; hij leeft in bamboe in het bergbos. Het vrouwtje van de steenduif Columbina talpacoti is kleiner en gedrongener, met zwarte vleugelvlekken, en leeft vooral in open, bebouwd terrein. De dwergduif Columbina minuta is duidelijk kleiner en grijsbruin met een korte staart. De verreaux-duif Leptotila verreauxi is veel groter, met een lichte buik en witte staartpunten.

Leefgebied

Bosranden, open plekken en paden in vochtig bos, secundair bos, oeverbos, plantages en weiland met bomen grenzend aan bos, vooral in het laagland en de voetheuvels tot ongeveer 1200 m. Alleen, in paren of in kleine groepjes. Zoekt zaden en kleine insecten op de grond. Het nest is een dun, plat bouwsel van takjes in een boom, met twee witte eieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Aan de Golfhelling van Mexico van het zuidoosten van San Luis Potosí en het zuiden van Tamaulipas via Veracruz, Oaxaca, Tabasco en Chiapas tot het zuiden van het schiereiland Yucatán. Verder in Belize, Guatemala, El Salvador, Honduras, Nicaragua, Costa Rica en Panama, aan beide hellingen maar vooral aan de vochtige Caribische kant. Buiten het gidsgebied in Zuid-Amerika tot het noordwesten van Peru en, ten oosten van de Andes, tot het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De roep is het beste aanknopingspunt: een herhaald, luid boep uit de boomkruinen langs een bosweg of bosrand. Vogels die op een pad foerageren vliegen bij verstoring snel en laag weg; het blauwgrijs van het mannetje en de zwarte buitenste staartpennen vallen dan het eerst op. De laaglanden van Costa Rica en Panama, zoals rond La Selva en de Pipeline Road, bieden goede kansen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied wijdverbreid en plaatselijk vrij algemeen. Als bosrandvogel is de soort minder gevoelig voor versnippering dan echte bosbewoners, maar ze verdwijnt waar het bos geheel plaatsmaakt voor open land.

Wetenschappelijke naam

Claravis pretiosa | (Ferrari-Pérez, 1886)

Ferrari-Pérez beschreef de soort in 1886 als Peristera pretiosa; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Claravis werd in 1899 ingevoerd door Oberholser. Claravis is Latijn, van clarus 'helder, duidelijk' en avis 'vogel'. pretiosa is Latijn voor 'kostbaar', naar het fraaie blauwgrijze verenkleed van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Brazilië.