Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Blauwborstamazilia

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Blauwborstamazilia | Polyerata amabilis

Blue-chested Hummingbird | Amazilia amable

De blauwborstamazilia is een kleine, groene kolibrie van het vochtige laagland aan de Caribische kant van zuidelijk Midden-Amerika. Het mannetje heeft een glinsterend blauwviolette vlek op de borst, die alleen bij goed licht opvalt. Langs de Pacifische kust van Costa Rica en het westen van Panama wordt hij vervangen door de pacifische blauwborstamazilia.

Blauwborstamazilia (Polyerata amabilis)
Foto: Ragnhild&Neil Crawford from Sweden — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een droog tsjip of tsit; de zang is een herhaalde reeks hoge, piepende tonen vanaf een vaste zitplaats.

Luister: ZangXC1179796

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

8–9 cm, met een rechte snavel die van boven zwart is en een roze tot rode ondersnavel met donkere punt heeft. Het mannetje is groen van boven, met een glinsterend groene kruin en keel, een blauwviolette vlek op de borst, een grijze buik en een donkere, bronsgroene staart. Het vrouwtje heeft een lichtgrijze onderkant met groene vlekken op keel en borst en vaak enkele blauwe veertjes op de borst; de staart heeft grijze toppen.

Verwarrings­soorten

De pacifische blauwborstamazilia Polyerata decora lijkt sterk, maar het mannetje heeft een grotere, meer blauwe vlek die tot op de keel en kruin doorloopt; beide soorten komen vrijwel nergens samen voor. De roodstaartamazilia Amazilia tzacatl is groter, met een rode snavel en een roodbruine staart. Het mannetje van de paarsbuikkolibrie Chlorestes julie is kleiner en heeft een volledig violette buik.

Leefgebied

Randen van vochtig laaglandbos, secundair bos, open plekken met struiken, schaduwkoffie, cacaoplantages en tuinen, van zeeniveau tot ongeveer 700 m. Foerageert vooral op de lagere en middelste hoogten en verdedigt bloeiende struiken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Aan de Caribische kant vanaf het zuidoosten van Nicaragua (Río San Juan), door Costa Rica en Panama; in het midden en oosten van Panama op beide hellingen, tot in Darién. Plaatselijk ook in het uiterste oosten van Honduras. Buiten het gidsgebied in het westen van Colombia en het westen van Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het Caribische laagland van Costa Rica, bijvoorbeeld rond het biologisch station La Selva, en in Panama langs de Pipeline Road in het nationale park Soberanía, bij bloeiende struiken aan bosranden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In geschikt leefgebied algemeen. De soort verdraagt secundair bos en halfopen terrein goed.

Wetenschappelijke naam

Polyerata amabilis | (Gould, 1853)

Gould beschreef de soort in 1853 als Trochilus (--?) amabilis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Polyerata werd in 1863 ingevoerd door Heine. Polyerata is Grieks, van polus 'veel' en eratos 'lieflijk, bemind': 'zeer lieflijk'. amabilis is Latijn voor 'lieflijk, beminnelijk', naar het fraaie, glanzend blauwe borstschild. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Colombia.