Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Antilliaanse treurduif

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Duiven, toerako's en verwanten Columbaves › Duiven en zandhoenders Columbimorphae

Antilliaanse treurduif | Zenaida aurita

Zenaida Dove | Paloma aurita

De Antilliaanse treurduif is de typische duif van de West-Indische kust: een gedrongen, warmbruine duif van kuststruweel, tuinen en hotelterreinen. Op het vasteland van het gidsgebied leeft ze alleen langs de noordkust van het schiereiland Yucatán en op de eilanden ervoor, waaronder Cozumel. Daar is ze een kustvogel die zelden ver landinwaarts komt.

Antilliaanse treurduif (Zenaida aurita)
Foto: gailhampshire from Cradley, Malvern, U.K — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zacht, klaaglijk koe-OE-oe, oe, oe, sterk gelijkend op de roep van de treurduif maar sneller en vaak met een toon minder. Vooral 's ochtends te horen. Bij het opvliegen klappen de vleugels.

Luister: ZangXC1079153

Opname: Garrett Yocklin — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

25–28 cm, gedrongen, met een vrij korte, afgeronde staart. De bovendelen zijn warm bruin, met enkele zwarte vlekken op de dekveren en een smalle witte achterrand aan de armpennen, die in de vlucht en vaak ook op de gesloten vleugel te zien is. Kop en onderdelen zijn roze-kaneelbruin. Onder het oog en op de oorstreek twee kleine zwarte streepjes; op de halszijden een paars-gouden glans. De staart is grijs met een zwarte band en lichtgrijze punten. De poten zijn rood. Het vrouwtje is doffer dan het mannetje.

Verwarrings­soorten

De witvleugeltreurduif Zenaida asiatica, die op dezelfde plaatsen voorkomt, is grijzer, met een brede witte vleugelband, witte staarthoeken en blauwe kale huid rond het oog. De treurduif Zenaida macroura is slanker en bleker, met een lange, spitse staart en zonder witte vleugelrand. De witbuikduif Leptotila jamaicensis heeft een wit gezicht en een witte buik en loopt vooral in bos.

Leefgebied

Open en halfopen land vlak bij de kust: kuststruweel en duinbegroeiing, laag kustbos, de rand van mangrove, en verder tuinen, parken en hotelterreinen. Zoekt zaden en gevallen vruchten op de grond, vaak op paden en gazons. Het nest is een dun takkenplatform in een boom of struik, soms op de grond.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen langs de noordkust van het schiereiland Yucatán, in de staten Yucatán en Quintana Roo, met de eilanden Holbox, Contoy, Mujeres en Cozumel (Z. a. salvadorii). Uit Belize zijn enkele waarnemingen bekend. Buiten het gidsgebied wijdverbreid op de Bahama's, de Grote Antillen, de Maagdeneilanden en de Kleine Antillen tot Grenada.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Cozumel en Isla Mujeres en langs de kust rond Cancún vaak tam op gazons van hotels, in tuinen en op strandpaden. Bij het wegvliegen zijn de witte vleugelrand en de lichte staartpunten goed te zien.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied plaatselijk algemeen, maar beperkt tot een smalle kuststrook. Kustbos en kuststruweel langs de Mexicaanse Caribische kust verdwijnen door toeristische bebouwing, al leeft de soort ook op hotelterreinen.

Wetenschappelijke naam

Zenaida aurita | (Temminck, 1809)

Temminck beschreef de soort in 1809 als Columba Aurita; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Zenaida werd in 1838 ingevoerd door Bonaparte. Zenaida eert Zénaïde Bonaparte (1801–1854), de vrouw van de Franse ornitholoog Charles Lucien Bonaparte, die het geslacht in 1838 benoemde. aurita is Latijn voor 'met oren', naar de donkere vlek op de oorstreek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Martinique.