Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Anna's kolibrie
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores
Anna's kolibrie | Calypte anna
Anna's Hummingbird | Colibrí cabeza roja
Annas kolibrie is een middelgrote, gedrongen kolibrie van de Pacifische kust van Noord-Amerika. In het gidsgebied broedt hij alleen in het noordwesten van Baja California; in de winter verschijnen vogels verder naar het oosten en zuiden in het noorden van Mexico. Het mannetje is de enige kolibrie in het gebied met een metaalachtig rozerode kop én keel, en een van de weinige die ook in de winter zingt.
Geluid
Het mannetje zingt vanaf een uitkijkpost een droge, krassende reeks piepende en zoemende tonen, ook buiten het broedseizoen. De roep is een hard, droog tsjik, bij achtervolgingen versneld tot een ratelend gekwetter. Bij de baltsduik maakt het mannetje op het laagste punt met de staartpennen een luide, scherpe piep.
Opname: Greg Irving — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
10–11 cm, met een rechte, vrij korte zwarte snavel. Het mannetje is groen van boven en grijs met groene vlekken op de onderdelen; kruin, gezicht en keel zijn metaalachtig rozerood, met korte uitlopers aan de zijkant van de keel, en lijken bij slecht licht zwart. Het vrouwtje is groen van boven en vuilgrijs van onder, met een groenige zweem op de flanken en meestal een kleine rozerode vlek midden op de keel. De staart is afgerond, bij het vrouwtje met witte toppen aan de buitenste pennen. Jonge vogels lijken op het vrouwtje.
Verwarringssoorten
Costas kolibrie Calypte costae is kleiner en korter van staart; het mannetje heeft een paarse kop en een paarse keel met lange uitlopers, het vrouwtje is bleker en witter van onder. De vrouwtjes van de zwartkinkolibrie Archilochus alexandri en de robijnkeelkolibrie Archilochus colubris zijn slanker en witter van onder, zonder rozerode keelvlek. Vrouwtjes van Selasphorus-soorten hebben roestbruin op de flanken en aan de staartbasis.
Leefgebied
Chaparral en kustsaliestruweel, open eikenbos, oeverbos, struweel in canyons en vooral tuinen, parken en woonwijken met bloeiende planten en voederflessen, van zeeniveau tot ongeveer 2000 m. In de winter ook in woestijnstruweel en in tuinen in droge streken. Vangt naast nectar veel kleine insecten in de vlucht.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Jaarrond in het noordwesten van Baja California, van de grens met de Verenigde Staten zuidwaarts langs de kust en in de Sierra de Juárez en de Sierra San Pedro Mártir. In de winter verder zuidwaarts op het schiereiland tot in Baja California Sur en oostwaarts in Sonora, Chihuahua, Coahuila en soms Nuevo León. Buiten het gidsgebied langs de Pacifische kust van de Verenigde Staten en Canada, van Californië tot het zuidwesten van Brits-Columbia, en in het zuidwesten van de Verenigde Staten.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In tuinen en parken in Tijuana, Ensenada en omgeving, waar mannetjes het hele jaar vanaf een vaste tak boven hun territorium zingen. In de winter in het noorden van Sonora en Chihuahua bij voederflessen en bloeiende struiken in dorpen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De wereldstand is groot en neemt toe. Het broedgebied heeft zich in de afgelopen eeuw ver naar het noorden en oosten uitgebreid, mede door tuinen met exotische bloeiende planten en voederflessen.
Wetenschappelijke naam
Calypte anna | (Lesson, 1829)
Lesson beschreef de soort in 1829 als Ornismya Anna; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Calypte werd in 1856 ingevoerd door Gould. Calypte komt van het Griekse kaluptē 'bedekt, gehuld' of kaluptra 'sluier', naar de glanzende kap van het mannetje. anna eert Anna Debelle (1802–1887), prinses van Essling en hertogin van Rivoli, echtgenote van de vogelverzamelaar François Victor Masséna en later eerste hofdame van keizerin Eugénie. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit San Francisco, Californië.




