Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen, sterns en schaarbekken › Amerikaanse stormmeeuw

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Amerikaanse stormmeeuw | Larus brachyrhynchus

Short-billed Gull | Gaviota piquicorta

De Amerikaanse stormmeeuw is een kleine, ronde meeuw van het noordwesten van Noord-Amerika, die lange tijd als ondersoort van de stormmeeuw van Europa en Azië gold. In het gidsgebied bereikt hij de zuidgrens van zijn winterverspreiding: een schaarse wintergast langs de Pacifische kust van het noorden van Baja California.

Amerikaanse stormmeeuw (Larus brachyrhynchus)
Foto: Donna A. Dewhurst DI-Dewhurst, D-MEGU2 — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, mauwend kie-ew, hoger en dunner dan bij de ringsnavelmeeuw; in de winter weinig roepend.

Luister: VluchtroepXC667363

Opname: Nick Komar — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

40–46 cm, een kleine meeuw met een ronde kop, een groot donker oog en een korte, fijne snavel. Volwassen vogels hebben een middengrijze mantel, donkerder dan bij de ringsnavelmeeuw, zwarte vleugelpunten met grote witte spiegels, een brede witte achterrand aan de vleugel, een gele snavel zonder ring en geelgroene poten. In het winterkleed zijn kop en hals zwaar bruin gevlekt en heeft de snavel soms een vage donkere band. Vogels in hun eerste winter zijn egaal grijsbruin, met een fijne roze snavel met donkere punt en een grotendeels donkere staart.

Verwarrings­soorten

De ringsnavelmeeuw Larus delawarensis is groter en lichter grijs, met een licht oog, een langere snavel met een duidelijke zwarte ring en kleinere witte spiegels; eerstejaars ringsnavelmeeuwen hebben een witte staart met een smalle zwarte band. De Californische meeuw Larus californicus is groter, met een langere snavel met rode en zwarte vlek.

Leefgebied

Stranden, riviermondingen, lagunes en havens, en kustwater vlak onder de kust. Zoekt voedsel lopend langs de vloedlijn, zwemmend en vliegend boven het water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In de winter in kleine aantallen langs de Pacifische kust van het noorden van Baja California, vooral tussen Tijuana en Ensenada, en zeldzaam zuidelijker langs het schiereiland en in het noorden van de Golf van Californië. Buiten het gidsgebied broedt de soort van Alaska tot het westen van Canada en overwintert ze langs de Pacifische kust van Alaska tot Californië.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Groepen meeuwen op stranden en in riviermondingen tussen Tijuana en Ensenada in de winter bieden de meeste kans. De kleine, ronde kop met het grote donkere oog en de korte snavel onderscheiden hem van de ringsnavelmeeuw.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd als aparte soort; de IUCN rekent hem tot de stormmeeuw, die wereldwijd niet bedreigd is. De populatie is groot. In het gidsgebied een schaarse wintergast zonder broedpopulatie.

Wetenschappelijke naam

Larus brachyrhynchus | Richardson, 1831

Richardson beschreef de soort in 1831 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Larus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Larus is Latijn, ontleend aan het Griekse laros, en sloeg bij de klassieke schrijvers op een meeuw of een andere grote zeevogel. brachyrhynchus is Grieks, van brakhus 'kort' en rhunkhos 'snavel', naar de korte, fijne snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit het Grote Berenmeer in Canada.