Alle soorten › Zangvogels › Winterkoningen › Amerikaanse rotswinterkoning

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Amerikaanse rotswinterkoning | Salpinctes obsoletus

Rock Wren | Chivirín saltarroca

De amerikaanse rotswinterkoning is een lichte, grijsbruine winterkoning van rotshellingen, lavavelden en steengroeven. Hij wipt opvallend op en neer op de rotsen en kruipt in spleten op zoek naar insecten. In het gidsgebied leeft hij van het noorden van Mexico door de hooglanden tot in Nicaragua en zeer plaatselijk in Costa Rica.

Amerikaanse rotswinterkoning (Salpinctes obsoletus)
Foto: Polinova — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een gevarieerde reeks herhaalde frasen, zoals tsjiewie-tsjiewie-tsjiewie of tri-tri-tri, waarbij steeds een ander motief volgt. De roep is een helder, stijgend tie-kier.

Luister: ZangXC1032146

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13–15 cm. Bovendelen grijsbruin, fijn gespikkeld met wit en zwart; stuit kaneelkleurig. Lichte wenkbrauwstreep. Keel en borst vuilwit met fijne donkere streepjes, flanken en onderbuik lichtbruin. Staart met zwarte band en lichtbruine toppen aan de buitenste veren, zichtbaar als de staart wordt gespreid. Snavel lang, dun en licht gebogen.

Verwarrings­soorten

De kloofwinterkoning Catherpes mexicanus heeft een helderwitte keel en borst, een roestbruine buik en een nog langere snavel. De bewicks winterkoning Thryomanes bewickii heeft ongevlekte bovendelen, een duidelijke witte wenkbrauwstreep en een lange, zwart gebandeerde staart, en leeft in struikgewas.

Leefgebied

Rotshellingen, puinhellingen, kliffen, lavavelden, steengroeven en stenige woestijn, van zeeniveau tot boven 3500 m; in Midden-Amerika vooral op vulkaanhellingen. Zoekt tussen en onder stenen naar insecten en spinnen. Bekleedt de ingang van het nest vaak met een pad van kleine steentjes.

Verspreiding en trek

Baja California en de eilanden voor de kust, het noorden en midden van Mexico, en zuidelijk via de hooglanden van het zuiden van Mexico, Guatemala, El Salvador en Honduras tot in Nicaragua; zeer plaatselijk in het noordwesten van Costa Rica. Buiten het gidsgebied in het westen van Noord-Amerika, noordelijk tot in het zuidwesten van Canada.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Let op rotsblokken en lavastenen in open terrein: de vogel wipt er herhaaldelijk op en neer en laat zijn heldere tie-kier horen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wijdverbreid en plaatselijk algemeen. Een ondersoort van het eiland San Benedicto in de Revillagigedo-archipel is verdwenen na de vulkaanuitbarsting van 1952.

Wetenschappelijke naam

Salpinctes obsoletus | (Say, 1822)

Say beschreef de soort in 1822 als Troglodytes obsoleta; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Salpinctes werd in 1847 ingevoerd door Cabanis. Salpinctes is Grieks voor 'trompetter', naar de luide, schallende zang. obsoletus is Latijn voor 'versleten, onopvallend, vaag', naar het doffe, weinig getekende verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit bij de samenvloeiing van Plum Creek en de South Platte, Colorado.