Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Amerikaanse kleine zilverreiger

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes

Amerikaanse kleine zilverreiger | Egretta thula

Snowy Egret | Garceta pie dorado

De Amerikaanse kleine zilverreiger is een slanke, geheel witte reiger met een zwarte snavel, zwarte poten en gele voeten. Hij jaagt actief in ondiep water, vaak door met een voet in de bodem te roeren. In het gidsgebied is hij een algemene standvogel van kusten en zoete wateren van Mexico tot Panama, in de winter aangevuld met vogels uit Noord-Amerika.

Amerikaanse kleine zilverreiger (Egretta thula)
Foto: AMMuench — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Buiten de kolonie meestal stil. Bij het opvliegen en in de kolonie een rauw, krassend aarr; in de kolonie ook borrelende geluiden.

Luister: RoepXC1027118

Opname: Paul Driver — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

56–66 cm. Een slanke, geheel witte reiger met een dunne zwarte snavel, een gele teugel, zwarte poten en gele voeten. In de broedtijd draagt de vogel lange, aan het eind omgekrulde pluimen op de rug, een volle, ruige kuif van vele veren op de achterkop en pluimen op de borst; tijdens de balts kleuren de teugel en soms de voeten oranjerood. Jonge vogels hebben groenachtige poten met geel aan de achterkant en een lichtere snavelbasis; de gele voeten zijn al aanwezig. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Jonge kleine blauwe reigers Egretta caerulea zijn wit, maar hebben een grijsblauwe snavel met donkere punt, groenige poten en voeten en vaak donkere vleugelpunten. De grote zilverreiger Ardea alba is veel groter, met een gele snavel en geheel zwarte poten. De koereiger Ardea ibis is kleiner en gedrongener, met een korte gele snavel. De witte vorm van de roodhalsreiger Egretta rufescens is groter, met blauwzwarte poten en in de broedtijd een roze snavel met zwarte punt. In Panama heeft de kapreiger Pilherodius pileatus een zwarte kap en een blauwe snavel.

Leefgebied

Uiteenlopende ondiepe wateren, zout en zoet: lagunes, zoutpannen, mangrove, getijdenslik, zoetwatermoerassen, meren, vijvers, rijstvelden en sloten. Eet kleine vissen, garnalen, krabben, insecten en andere kleine dieren. Broedt in gemengde reigerkolonies in mangrove en ander struweel, vaak boven water.

Verspreiding en trek

In heel Mexico langs beide kusten, van Baja California en Sonora en van Tamaulipas zuidwaarts, met het schiereiland Yucatán, en in het binnenland bij meren, stuwmeren en moerassen, ook op de centrale hoogvlakte. Verder in het laagland van heel Midden-Amerika, van Belize en Guatemala tot Panama. Buiten het gidsgebied in de Verenigde Staten, het Caribisch gebied en Zuid-Amerika, zuidelijk tot Chili en Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vrijwel overal bij kustlagunes en zoetwatermoerassen te zien. De gele voeten zijn het beste kenmerk, maar staan vaak in het water; bij het opvliegen of bij een vogel op de oever zijn ze goed zichtbaar. In het broedkleed vallen de omgekrulde rugpluimen op.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Eind negentiende eeuw sterk achteruitgegaan door de jacht op sierveren, daarna hersteld. In het gidsgebied algemeen, maar gevoelig voor verlies van moerassen en mangrove.

Wetenschappelijke naam

Egretta thula | (Molina, 1782)

Molina beschreef de soort in 1782 als Ardea Thula; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Egretta werd in 1817 ingevoerd door Forster. Egretta komt van het Provençaalse aigrette, de naam voor de kleine zilverreiger, een verkleinvorm van aigron 'reiger'. thula is de Mapudungun-naam voor de zwarthalszwaan, door de Chileense natuuronderzoeker Juan Ignacio Molina (1740–1829) in 1782 abusievelijk op deze zilverreiger toegepast. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Chili.