Alle soorten › Zangvogels › Koningstirannen

Koningstirannen | Onychorhynchidae

Royal flycatchers and allies | Mosqueros reales y afines

Deze kleine familie werd lang bij de tirannen ingedeeld en is pas op grond van DNA-onderzoek afgesplitst. In Mexico en Midden-Amerika telt ze vier soorten in drie geslachten, alle van de onderste en middelste lagen van vochtig laaglandbos. De snavel is plat en breed, met lange borstels langs de mondhoeken, geschikt om vliegende insecten te vangen. De koningstiran heeft een kuif die meestal plat over de achterkop ligt, maar bij balts of opwinding opengaat tot een brede waaier, bij het mannetje rood en bij het vrouwtje geeloranje, met blauwzwarte toppen. De Myiobius-soorten zijn olijfkleurig met een felgele stuit; ze bewegen onrustig door het blad, spreiden de staart en laten de vleugels hangen, waarmee ze insecten opschrikken, en ze sluiten zich vaak aan bij gemengde groepen. Terenotriccus is een heel klein, kaneelbruin vogeltje dat vanaf een tak naar insecten uitvliegt. De nesten zijn opvallend: de koningstiran hangt een lang, rafelig nest, soms meer dan een meter lang, aan een tak boven een beek, en Myiobius bouwt een hangende buidel met een ingang aan de zijkant. Het legsel bestaat meestal uit twee eieren.

Inheemse soorten 4 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Onychorhynchus 1 soort

Terenotriccus 1 soort

Myiobius 2 soorten