Alle soorten › Kolibries en gierzwaluwen › Kolibries › Zwartkeelmango

Zwartkeelmango | Anthracothorax nigricollis

Black-throated Mango | Mango gorjinegro

De zwartkeelmango is een grote kolibrie van het Zuid-Amerikaanse laagland die op Trinidad en Tobago algemeen is. Hij zoekt vaak open plekken en bloeiende bomen op en vangt veel insecten met lange vluchten vanaf een hoge, kale tak. Het jonge kleed verschilt sterk van dat van de volwassen vogels.

Zwartkeelmango (Anthracothorax nigricollis)
Foto: Pexels — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Vrij stil. Roepen zijn een kort tsik en een dieper tjuk. De zang van het mannetje is een herhaald, sissend tsl-tsl-tsl-tsl.

Luister: ZangXC1175925

Opname: Jonas Nilsson — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm, met een gebogen zwarte snavel. Het mannetje is glanzend bronsgroen van boven; van de kin over keel en borst tot op de buik loopt een brede fluweelzwarte middenstreep, aan weerszijden begrensd door glanzend blauwgroen. De staart is paarsrood met een violette glans en donkere punten. Het vrouwtje is groen van boven en wit van onder, met een smalle zwarte middenstreep van keel tot buik; de buitenste staartpennen zijn roodbruin met een donkere band en witte punten. Jonge vogels lijken op het vrouwtje, maar hebben roestbruine zomen langs de streep en op kop en rug.

Verwarrings­soorten

De groenkeelmango Anthracothorax viridigula, op Trinidad zeldzaam, heeft bij het mannetje een glanzend groene keel en alleen op borst en buik een zwarte middenstreep; vrouwtjes van de twee soorten lijken sterk op elkaar en zijn in het veld vaak niet met zekerheid te scheiden. De witnekkolibrie Florisuga mellivora heeft een rechte snavel, een donkerblauwe kop en een witte staart. De bruine violetoorkolibrie Colibri delphinae is egaal bruin met een korte rechte snavel.

Leefgebied

Open en halfopen terrein met hoge bomen: bosranden, galerijbos, cacao- en koffieplantages met schaduwbomen, savanne met verspreide bomen, parken en tuinen, vooral in het laagland. Zuigt nectar in bloeiende bomen, vaak hoog in de kroon, en jaagt vanaf een hoge zitplaats op vliegende insecten.

Verspreiding en trek

Algemene standvogel op Trinidad en Tobago. De enkele meldingen van Jamaica en de Dominicaanse Republiek in de GBIF-gegevens zijn niet bevestigd en betreffen vermoedelijk verwisselingen. Daarbuiten van Panama over vrijwel heel tropisch Zuid-Amerika ten oosten van de Andes, zuidelijk tot Paraguay en het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Trinidad in tuinen, langs bosranden en bij voerplaatsen, onder meer bij het Asa Wright Nature Centre; op Tobago in tuinen en bij bloeiende bomen in het laagland. Mannetjes zitten vaak lang op dezelfde hoge, kale tak, van waaruit ze telkens uitvliegen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is wijdverbreid en algemeen en verdraagt sterk door de mens veranderd terrein.

Wetenschappelijke naam

Anthracothorax nigricollis | (Vieillot, 1817)

Vieillot beschreef de soort in 1817 als Trochilus nigricollis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Anthracothorax werd in 1831 ingevoerd door Boie. Anthracothorax is Grieks, van anthrax 'kool' (dus 'zwart') en thōrax 'borst', naar de zwarte middenstreep op borst en buik. nigricollis is Latijn, van niger 'zwart' en collum 'hals', naar de zwarte keel- en borststreep. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Brazilië.