Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Zuid-Amerikaanse snip
Zuid-Amerikaanse snip | Gallinago paraguaiae
Pantanal Snipe | Becasina sudamericana
De Zuid-Amerikaanse snip is de standvogelende snip van de natte savannes en moerassen van Zuid-Amerika. In het Caribisch gebied komt hij alleen op Trinidad voor, aan de noordrand van zijn verspreidingsgebied. Vroeger werd hij als ondersoort van de watersnip beschouwd en later samen met de Magelhaensnip en de punasnip als één soort; de meeste lijsten behandelen hem nu als aparte, monotypische soort. De Engelse naam Pantanal Snipe volgt die smallere opvatting.
Geluid
Opgejaagd een kort, raspend sjrek. In de baltsvlucht cirkelt het mannetje hoog rond en maakt ondiepe duikvluchten, waarbij de gespreide buitenste staartpennen een zoemend, blatend geluid voortbrengen. Vanaf de grond of een paal klinken herhaalde, tikkende roepen.
Opname: Paul Lenrumé — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
26–30 cm, gedrongen, met korte poten en een zeer lange, rechte snavel. Bovendelen donkerbruin met zwarte en roomkleurige strepen; op de rug lopen vier lichte lengtestrepen. Op de kop een lichte kruinstreep tussen twee donkere banden, een lichte wenkbrauwstreep en een donkere oogstreep. Hals en borst zijn bruin gestreept, buik en ondervleugel overwegend wit, de flanken gebandeerd. De staart toont rossig met een zwarte band. De seksen zijn gelijk; vrouwtjes zijn gemiddeld zwaarder.
Verwarringssoorten
De Amerikaanse watersnip Gallinago delicata, een wintergast uit Noord-Amerika die ook Trinidad bereikt, is in het veld vrijwel niet te onderscheiden. Een snip die in de noordelijke zomer zingt of een baltsvlucht maakt, is vrijwel zeker de Zuid-Amerikaanse soort; in de winter is een stille vogel zonder geluid niet met zekerheid te determineren. De kleine en de grote grijze snip Limnodromus griseus en L. scolopaceus zijn grijzer, hebben een witte wig op de rug en foerageren in groepen op open slik.
Leefgebied
Natte, grazige savannes, zoetwatermoerassen met lage begroeiing, ondergelopen weilanden en rijstvelden. Hij zoekt voedsel door de snavel diep in zachte modder te steken en eet vooral wormen en insectenlarven. Het nest ligt goed verborgen in een pol gras of zegge op vochtige grond.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
In het gebied alleen op Trinidad, waar de soort schaars en plaatselijk is in natte savannes, rijstvelden en moerassen; de status is er slecht gedocumenteerd. Op Tobago en de overige eilanden niet vastgesteld. Buiten het gebied in vrijwel heel Zuid-Amerika ten oosten van de Andes, van Colombia, Venezuela en de Guyana's tot Argentinië en Uruguay, schaars in het Amazonebekken.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De kans is het grootst in de natte tijd, wanneer zingende of baltsende vogels boven natte graslanden en rijstvelden op Trinidad te horen zijn. Een snip die bij benadering laat opvliegt, zigzaggend wegvliegt en raspend roept, is snel uit het zicht; in de winterhelft van het jaar kan het ook de Amerikaanse watersnip zijn.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd; de wereldpopulatie geldt als stabiel. Op Trinidad hangt het voorkomen af van natte savannes en ondergelopen graslanden, die door ontwatering en bebouwing kleiner worden.
Wetenschappelijke naam
Gallinago paraguaiae | (Vieillot, 1816)
Vieillot beschreef de soort in 1816 als Scolopax Paraguaiae; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gallinago werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Gallinago is Neolatijn voor 'snip', gevormd uit het Latijnse gallina 'hen' en het achtervoegsel -ago 'gelijkend op'. paraguaiae betekent 'van Paraguay', waar Azara de vogel beschreef. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay.



