Alle soorten › Stormvogelachtigen › Noordelijke stormvogeltjes › Vaal stormvogeltje
Vaal stormvogeltje | Hydrobates leucorhous
Leach's Storm Petrel | Paíño boreal
Het vaal stormvogeltje broedt in holen op eilanden in de noordelijke Atlantische en Stille Oceaan en overwintert op tropische zeeën. In het Caribisch gebied is het een schaarse wintergast en doortrekker, die zich vooral ver op zee ophoudt en daardoor weinig wordt gezien. Het komt alleen 's nachts aan land, en dan alleen in het broedgebied.
Geluid
Op zee stil. In de kolonie 's nachts snorrende en ratelende roepen vanuit het hol en een kakelende roep in de vlucht.
Opname: Doug Hynes — CC BY-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
18–21 cm. Een donker bruinzwart stormvogeltje met lange, spitse vleugels die bij de pols duidelijk geknikt zijn, en een gevorkte staart. Op de bovenvleugel een lichte grijsbruine baan over de dekveren, die tot bijna aan de voorrand reikt. De witte stuit is V-vormig en wordt vaak in het midden door een donkere lijn gedeeld; het wit reikt nauwelijks tot op de onderstaartdekveren. De poten steken niet voorbij de staart uit. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
Wilsons stormvogeltje Oceanites oceanicus is kleiner, met kortere, minder geknikte vleugels, een rechte staart, een brede witte stuitband die tot op de onderstaartdekveren doorloopt, een vagere vleugelbaan en poten die voorbij de staart uitsteken. Het zeldzame madeirastormvogeltje Hydrobates castro heeft een smallere, ongedeelde stuitband, een minder gevorkte staart en een stijvere vlucht met meer glijden.
Leefgebied
Open oceaan, meestal ver buiten de kust en boven diep water. Vliegt met diepe vleugelslagen in een springerige, grillige vlucht met plotselinge wendingen, en pikt plankton, kleine kreeftachtigen en visjes van het wateroppervlak. Volgt zelden schepen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Wintergast en doortrekker op zee, met de meeste waarnemingen in de wateren van de Kleine Antillen, Puerto Rico en Hispaniola; rond de Bahama's, Cuba, Jamaica, de ABC-eilanden en Trinidad en Tobago zeldzaam. Buiten het gebied broedt de soort in de noordelijke Atlantische Oceaan, van Newfoundland en Maine tot IJsland, de Faeröer, Schotland en Noorwegen, en in de noordelijke Stille Oceaan; de Atlantische vogels overwinteren in tropische delen van de oceaan.
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Vanaf de kust zelden te zien; de beste kans bieden zeetochten en veerboten tussen de eilanden, vooral in de winter en het voorjaar. Na stormen worden vogels soms dichter bij de kust gezien. Let op de geknikte vleugels, de duidelijke vleugelbaan en de grillige vlucht.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar. De grootste kolonies, vooral in Newfoundland, zijn sinds de jaren tachtig sterk afgenomen. Als oorzaken gelden predatie door meeuwen en zoogdieren op de broedplaatsen, vogels die 's nachts op kunstlicht van schepen en olieplatforms afkomen, en mogelijk vervuiling en veranderingen in de voedselvoorraad op zee.
Wetenschappelijke naam
Hydrobates leucorhous | (Vieillot, 1818) (GBIF: Oceanodroma leucorhoa)
Vieillot beschreef de soort in 1818 als Procellaria leucorhoa; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Hydrobates werd in 1822 ingevoerd door Boie. Hydrobates is Grieks, van hudro- 'water' en batēs 'loper': 'waterloper'. leucorhous is Grieks, van leukos 'wit' en orrhos 'stuit', naar de witte stuitband. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de kust van Picardië.
